| 21134 |
voertuig |
gespan:
gǝšpan (L270p Tegelen)
|
Algemene benaming voor de vracht- en personenvoertuigen. [N 17, 15; N 17, 99; N G, 59; L 28, 24; monogr.]
I-13
|
| 19486 |
voetbankje |
voetenbankje:
vōtəbɛŋkskə (L270p Tegelen)
|
voetenbankje
III-2-1
|
| 19812 |
voetenbankje |
voetenbankje:
footebenkske (L270p Tegelen)
|
Het bankje om de voeten op te zetten [vootebenkske?]. [N 96A (1989)]
III-3-3
|
| 23604 |
voetgebeden |
gebeden onder aan het altaar:
gebeeje onger aan et altaar (L270p Tegelen)
|
De gebeden aan de voet van het altaar, de voetgebeden. [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 30509 |
voetpannen |
boordpannen:
bǭrtpanǝ (L270p Tegelen),
gootpannen:
gø̜̄tpanǝ (L270p Tegelen)
|
De paar rijen pannen die de onderrand van het dak vormen wanneer dit deels met stro en deels met pannen wordt gedekt. [N F, 34a; N 4A, 27c; monogr.]
II-9
|
| 22428 |
vogel op de schutsboom |
vogel:
Sub sjeette: Schieten. Dinkse det hae dit jaor ouch wir de vogel aaf sjüt?
vogel (L270p Tegelen)
|
[Vogel op de schutsboom].
III-3-2
|
| 24268 |
vogel, algemeen |
vogel (enk.):
vogel (L270p Tegelen, ...
L270p Tegelen)
|
vogel
III-4-1
|
| 29659 |
vogeldragen |
vogeldragen:
vōgǝldrāgǝ (L270p Tegelen)
|
De bereide klei vervoeren en bij of op de vormtafel deponeren. Vroeger werd daartoe gebruikt gemaakt van de zgn. vogel, een houten bak met twee korte handbomen die op de nek gedragen werd. In later tijden werd de klei met behulp van een kruiwagen vervoerd. [N 98, 69; monogr.]
II-8
|
| 24487 |
vogelmuur |
mier:
mīr (L270p Tegelen),
muur:
miér (L270p Tegelen),
murik, muur, humusrijke grond
miér (L270p Tegelen)
|
muur || muur, onkruid || Stellaria media L. Zeer algemeen voorkomend onkruid op bouwland en braakliggende gronden met kleine donkere zaadjes en groene blaadjes. Het groeit laag boven de grond in samenhangende trossen en bloeit van februari tot november met kleine witte bloempjes. Kippen (en kanaries) eten het graag en sommige benamingen wijzen ook hierop. De lengte varieert van 10 tot 40 cm. Het is bekender onder de oude naam muur. Voor weie (wilgen) zie ook de toelichting bij het lemma Hanepoot. [JG 1a, 1b, 2c; A 60A, 59; monogr.]
I-5, III-4-3
|
| 33267 |
vogelpootje, serradelle |
serradelle:
sęr`dɛl (L270p Tegelen),
sęra`dɛl (L270p Tegelen)
|
Ornithopus sativus Brot. Een 30 tot 60 cm hoge plant met rechtopstaande stengel, veervormige blaadjes en roze-witte bloempjes. De plant bloeit van juni tot de herfst en wordt vooral op zandgonden als bemestingsgewas, maar ook als veevoeder geteeld. [N Q, 3; N 11A, 29c; JG 1a, 1b; R 3, 29; monogr.]
I-5
|