| 34400 |
eenmaal geschoren schaap |
schaap:
šǭp (L374p Thorn)
|
Vergelijk ook het lemma SCHAAP (2.1.1). [schaap met 6 tanden; heeft de mond vol]
I-12
|
| 32631 |
eenscharige ploeg, rondgaande ploeg, voetploeg, radploeg, karploeg |
brabantse ploeg:
brǭban(t)sǝ [ploeg] (L374p Thorn),
hondsploeg:
hon(t)s[ploeg] (L374p Thorn)
|
In dit lemma zijn de benamingen bijeengebracht voor a) de oude, houten, later ook ijzeren voetploeg, die in plaats van een schaats soms een wieltje had; b) de oude houten, later ook wel ijzeren karploeg waarmee men ofwel naar één kant, dus "rond" moest ploegen ofwel heen en weer kon ploegen, omdat kouter en riester op een naar rechts resp. naar links om te ploegen voor konden worden ingesteld. De oude ploeg kon, zoals de voetploeg in K 315, 353, 359 en Q 27 en de houten karploeg in L 115, ook gewoon "de ploeg" genoemd worden, omdat hij ter plaatse destijds het enige of meest gebruikte type was. Voor zijn opvolger, en met name de wentelploeg, kwam dan meestal een bijzondere term in gebruik. [N 11, 30 + 32c + 32e; N 11A, 67 + 68 + 69 + 75e + 78 + 97 + 114; N J, 10 add.; JG 1a + 1b; N 12, 25 add.; N 27, 14 + 15 add.; A 27, 24 add.; A 33 add.; div.; monogr.]
I-1
|
| 18851 |
eenvoudig |
eenvoudig:
einvoudig (L374p Thorn),
gewoon:
gewèùən (L374p Thorn)
|
zonder overdaad, weelde of vertoon, niet voornaam [bedest, gewoon, eenvoudig] [N 85 (1981)]
III-1-4
|
| 21517 |
eenzaam |
alleen:
alein (L374p Thorn)
|
alleen, zonder gezelschap; ver van mensen verwijderd [eenlijk, eendelijk, allenig, enig, eens] [N 87 (1981)]
III-3-1
|
| 21844 |
eenzaat |
eenling:
einling (L374p Thorn),
kluizenaar:
kluizenîêr (L374p Thorn)
|
alleen, zonder gezelschap; ver van mensen verwijderd [eenlijk, eendelijk, allenig, enig, eens] [N 87 (1981)]
III-3-1
|
| 23709 |
eer aan de vader |
eer aan de vader:
ieer aane vader (L374p Thorn),
ier aan de vader (L374p Thorn)
|
Het "Eer aan de Vader..."of "Glorie zij de Vader...". [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 23654 |
eerherstellende communie |
ziekencommunie (<lat.):
zieke communiej (L374p Thorn)
|
Een eerherstellende communie op de 1e vrijdag van de maand. [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 18960 |
eerlijk |
eerlijk:
eerlik (L374p Thorn),
ièrlik (L374p Thorn)
|
zonder leugen en bedrog [treffelijk, eerlijk] [N 85 (1981)]
III-1-4
|
| 22330 |
eerlijk in het spel |
eerlijk:
eerlik (L374p Thorn),
ierlik (L374p Thorn)
|
Eerlijk in het spel [reins, greins, eerlijk]. [N 88 (1982)]
III-3-2
|
| 17585 |
eerste baardharen |
dons:
dóns (L374p Thorn)
|
baardharen, eerste ~ [muggebeen, duivelshaar] [N 10 (1961)]
III-1-1
|