| 23821 |
feestdag van sint-valentijn |
valentijnsdag:
valentiensdaag (L374p Thorn)
|
14 februari, H. Valentijn. [N 96C (1989)]
III-3-3
|
| 22432 |
feesten |
feesten:
feeste (L374p Thorn),
fieste (L374p Thorn)
|
Een feest vieren [feesten, vieren, kermissen, fêteren]. [N 88 (1982)]
III-3-2
|
| 23615 |
feestpredicatie |
feestpredicatie (<lat.):
fieestpraedikatie (L374p Thorn),
feestpreek:
fīəstprēͅk (L374p Thorn)
|
Een feestpredikatie. [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 21127 |
fiets |
fiets:
fiets (L374p Thorn, ...
L374p Thorn)
|
Wat is de dialectbenaming voor een rijwiel in het algemeen [N 99 (1991)]
III-3-1
|
| 21138 |
fietsen |
fietsen:
fietse (L374p Thorn, ...
L374p Thorn)
|
op een fiets rijden [fietsen, wieleren] [N 90 (1982)]
III-3-1
|
| 18121 |
fijt |
fijt:
fiet (L374p Thorn),
fīēt (L374p Thorn)
|
nagelontsteking: De ontsteking van a) heeft ook het beenvlees van een vingerkootje aangetast; fijt (zwart, daal, vijt, fijt, fijk, fiek). [N 84 (1981)]
III-1-2
|
| 20511 |
filet, haas |
billen:
bille (L374p Thorn),
lende:
linje (L374p Thorn)
|
lendestuk; Hoe noemt U: Lendestuk, ossehaas (ossehaas, harst, osseharst, runderharst, filet) [N 80 (1980)]
III-2-3
|
| 21853 |
filiaal |
filiaal (<fr.):
filiaal (L374p Thorn, ...
L374p Thorn)
|
de tak van een handelshuis op een andere plaats dan waar het hoofdgebouw gevestigd is, bijwinkel [succursaal, filiaal, bijwinkel] [N 89 (1982)]
III-3-1
|
| 24146 |
fladderen |
fladderen:
fladdere (L374p Thorn)
|
fladderen op gebrekkige wijze of bij korte beurten vliegen, gezegd van jonge vogels (flodderen, plodderen, plodden, vluggen, flaggeren, floddervleugelen) [N 83 (1981)]
III-4-1
|
| 23264 |
flambouw |
flambouw (<fr.):
flambouw (L374p Thorn)
|
Een lantaarn met daarin een brandende kaars die tijdens de processie naast het Allerheiligste werd meegedragen, flambouw. [N 96C (1989)]
III-3-3
|