| 29620 |
kleisteker |
leemsteker:
lęjmštē̜kǝr (L374p Thorn),
pannenkletser:
panǝklę ̞tsǝr (L374p Thorn)
|
Arbeider die de klei voor bakstenen, dakpannen en greswaren steekt en in voorkomende gevallen ook op het vervoermiddel laadt. [N 98, 28; monogr.]
II-8
|
| 26330 |
klemtouw |
touwtje:
tø̜jkǝ (L374p Thorn)
|
Touw waarmee men de neep los kan trekken. [N O, 25r]
II-3
|
| 18200 |
klepbroek |
boks met klep:
boks met klep (L374p Thorn)
|
broek met een sluitklep aan de voorkant [klepboks] [N 23 (1964)]
III-1-3
|
| 23215 |
klepel |
klepel:
kliepel (L374p Thorn),
kliëpel (L374p Thorn)
|
De klepel van een klok [bengel?]. [N 96A (1989)]
III-3-3
|
| 23462 |
klepklok |
kleine klok:
klein klok (L374p Thorn)
|
Hoe noemt men deze kleinste klok?. [N 96A (1989)]
III-3-3
|
| 23218 |
kleppen |
trumpen:
trumpe (L374p Thorn, ...
L374p Thorn)
|
Vóór de kerkdienst de kleinste klok luiden met korte slagen, anders gezegd: korte slagen geven met de kleinste klok [trumpe, kleppe, pimpe?]. [N 96A (1989)]
III-3-3
|
| 22377 |
kleppers |
kleppers:
klepper (L374p Thorn, ...
L374p Thorn)
|
Elk van de twee houtjes die de kinderen tussen de vingers snel tegen elkaar slaan om een klepperend geluid te maken [klepper, klapper, kap, klakker]. [N 88 (1982)]
III-3-2
|
| 27670 |
klerenbundel |
pungel:
pøŋǝl (L374p Thorn
[(Maurits)]
[Zwartberg, Waterschei])
|
De bundel kleren van een mijnwerker die via een katrolsysteem tegen het plafond wordt opgehangen. [N 95, 58]
II-5
|
| 21353 |
kletsen |
wauwelen:
Van Dale: wauwelen, 1. 1. (inform.) kletsen, vervelend praten; -2. (gew.) kauwen, knabbelen; -3. (gew.) treuzelen, leuteren.
wawwele (L374p Thorn),
zwetsen:
Van Dale: zwetsen, luidruchtig en onbedachtzaam spreken, m.n. grootspreken, snoeven.
zwetse (L374p Thorn)
|
praten over dingen van weinig belang [zwetsen, kletsen, snateren, klappen, snabbelen, wauwelen, teuten, kebbelen] [N 87 (1981)]
III-3-1
|
| 33997 |
kletsoor |
krekkesjool:
krekkesjool (L374p Thorn)
|
Dun eindje touw of leer aan het uiteinde van het snoer van de zweep dat bij het slaan een knallend geluid maakt. [JG 1a, 1b, 1c, 2c; N 13, 95c; L B2, 245; L 8, 142; R 14]
I-10
|