| 22381 |
knutselen |
knutselen:
knutsele (L374p Thorn, ...
L374p Thorn)
|
Allerlei kleine voorwerpen uit liefhebberij en met geringe hulpmiddelen maken [knutselen, kutselen]. [N 88 (1982)]
III-3-2
|
| 34058 |
koe |
koe:
ku (L374p Thorn),
kȳi̯ (L374p Thorn)
|
Volwassen vrouwelijk rund, in de regel een rund dat één of meerdere keren gekalfd heeft. Zie afbeelding 5. Op de kaart is het woordtype koe niet opgenomen. [JG 1a, 1b; A 3, 37; A 4, 11; Gwn V, 2a; L 1a-m; L 4, 37; L 5, 27b; L 7, 61b; L 14, 26 en 88; L 20, 11; L 27, 5 en 57; L 29, 44; L 38, 44; L 40, 21b; L 44, 16, 21a en 39; R 12, 29; R (s]
I-11
|
| 34066 |
koe die eenmaal heeft gekalfd |
vaars:
vē̜s (L374p Thorn)
|
Zie afbeelding 6. Zie voor de fonetische documentatie van (koe) het lemma ''koe''(3.3.1). [N C, 14a; monogr.]
I-11
|
| 34183 |
koe die pas gekalfd heeft |
vaars:
vɛs (L374p Thorn)
|
Voor een aantal varianten van vaars zou men kunnen denken aan een woord vers. Het wnt (xx-1, blz. 2125) vermeldt ''vers'' in de betekenis van "jonge koe van ongeveer twee jaar die nog geen kalf heeft gehad of voor de eerste maal kalft" (wnt xviii, blz. 72). Het onderscheid tussen vers- en vaarsvarianten is niet altijd even duidelijk. Daarom is er gekozen voor één woordtype vaars.' [A 4, 16; L 20, 16]
I-11
|
| 34068 |
koe die tweemaal heeft gekalfd |
koe:
[koe] (L374p Thorn)
|
Zie voor de fonetische documentatie van (koe) resp. (kalf) de lemmata ''koe'' (3.3.1) en ''kalf'' (3.1.1). [N 3A, 26a; N C, 14b]
I-11
|
| 34213 |
koeherder |
koeherd:
kuē̜rt (L374p Thorn),
koejongen:
kujǫŋ (L374p Thorn)
|
Zie ook het lemma ''koewachter, veeknecht'' (1.3.14) in wld I.6, blz. 23-25. [N 3A, 12b; JG 1a, 1b; monogr.]
I-11
|
| 19407 |
koekenpan |
koekenpan:
koekepan (L374p Thorn)
|
pot, metalen ~ met steelvormig handvat; inventarisatie benamingen; betekenis/uitspraak [N 20 (zj)]
III-2-1
|
| 20750 |
koekje |
biscuitenkoekje:
Koekjes ook genoemd naar hun vorm.
biskwietekeukske (L374p Thorn),
bitterkoekje:
Koekjes ook genoemd naar hun vorm.
bitterkeukske (L374p Thorn),
caf-koekje:
Koekjes ook genoemd naar hun vorm.
kaffiekeukske (L374p Thorn),
knapkoekje:
Koekjes ook genoemd naar hun vorm.
knapkeukske (L374p Thorn)
|
Welke benamingen kent u voor koekjes (kaffekoekje, sterreke, waterpletske, peekverjenneke, knapkoek?) Wat zijn de verschillen tussen deze? [N 16 (1962)]
III-2-3
|
| 33880 |
koekje dat de veulens bij de geboorte in de mond hebben |
koekje:
kø̄kskǝ (L374p Thorn)
|
Klein, gelig en sponzig klontje, dat met de ademhaling verband houdt. Het ligt op de tong van de pas geboren veulentjes. Meestal valt het bij de geboorte op de grond tussen het stro, droogt onmiddellijk op en is dan vrijwel onvindbaar. [N 8, 55 en 56]
I-9
|
| 24188 |
koekoek |
koekoek:
koekoek (L374p Thorn)
|
koekoek (39 zomervogel; roep [koe-koek] [N 09 (1961)]
III-4-1
|