| 18156 |
kwakzalver |
kwakzalver:
kwakzalver (L374p Thorn, ...
L374p Thorn)
|
Kwakzalver: iemand die onbevoegd de geneeskunde beoefent en vaak nutteloze dingen, middelen tegen alle mogelijke ziektes verkoopt (charlatan, plak, polak, kwakkelaar, waterziender, pisdokter, kwakzalver). [N 84 (1981)]
III-1-2
|
| 21693 |
kwanselen |
kwanselen:
kwansele (L374p Thorn)
|
voortdurend zijn goederen ruilen of verkopen [kwanselen] [N 89 (1982)]
III-3-1
|
| 22406 |
kwart cent in het spel |
vierteltje:
fielke (L374p Thorn)
|
Een kwart cent in het spel [partje, fieleke]. [N 88 (1982)]
III-3-2
|
| 25311 |
kwart el, maat van 17 cm |
kwart:
kwaart (L374p Thorn),
vierdel:
vĭĕrel (L374p Thorn)
|
de maat die een lengte aangeeftt van 17 cm, 1/4 deel van een el [kwaart, vierndeel, ferrel, verrel] [N 91 (1982)]
III-4-4
|
| 24201 |
kwartel |
kwartel:
kwartel (L374p Thorn, ...
L374p Thorn)
|
kwartel [SGV (1914)] || kwartel (18 kleine uitgave van patrijs [098], wat anders gekleurd en nu veel zeldzamer; zomervogel; vroeger erg geliefd vanwege de roep [kwik, wik-wik] [N 09 (1961)]
III-4-1
|
| 24202 |
kwartelkoning |
kwartelkoning:
kwartelekeuning (L374p Thorn),
teersvogel:
taersvoogel (L374p Thorn),
ters— ?
taersvogel (L374p Thorn)
|
kwartelkoning || kwartelkoning (27 ook alleen te horen; s zomers; in grote weiland; tegen de avond en s nachts; zeldzaam; roep [rrerrrp, rrerrrp] of er over een kam wordt gestreken [N 09 (1961)]
III-4-1
|
| 25280 |
kwartier, maat van 25 liter |
tuit:
(vloeistof).
tuit (L374p Thorn)
|
de maat die een inhoud aangeeft van ± 25 liter [kwartier, viertel, vierendeel, kannetje] [N 91 (1982)]
III-4-4
|
| 18244 |
kwastje aan een halsketting |
trosje:
tröskes (L374p Thorn),
trəskes (L374p Thorn)
|
gouden kwastjes aan een halsketting [trosjes] [N 86 (1981)]
III-1-3
|
| 24880 |
kweek |
puinen:
pø̜i̯nǝ (L374p Thorn),
-
puinə (L374p Thorn)
|
Elymus repens (L.) Gould Zeer algemeen voorkomend hardnekkig onkruid op gras- en bouwland en op akkerranden, dat er grasachtig uitziet met een rechtopstaande aar en donker- tot grijsgroen blad. Het bloeit van juni tot augustus. De lengte varieert van 30 tot 120 cm. Het is een lastig kruipend onkruid met veel onderaardse wortelstokken, die wel als veevoeder gebruikt worden. De boer verwijdert het met de eg uit de akker. Deze plant is ook wel bekend onder de oude naam kweekgras of tarwegras (Triticum repens L.). Zie in verband met de vele puin-opgaven de speciale bibliografie onder Goossens 1985; 1987 en 1988, 109-126. [N 11, 71; JG 1a, 1b, 2c; A 27, 24b; A 28, 10; A 29, 6 en 9; A 33, 17; L 34, 52; L 48, 18; Lu 2, 18; Lu 4, 9; S 20; monogr.; add. uit N 11, 70, 72, 80a en 88] || kweek (Agropyrum repens) [DC 26 (1954)]
I-5, III-4-3
|
| 21943 |
kweekduif |
fokduif:
Algemene opmerkingen bij deze vragenlijst:
fok doeve (L374p Thorn),
fokker:
Algemene opmerkingen bij deze vragenlijst:
fokker (L374p Thorn)
|
Wat is de dialectbenaming voor: duiven houden voor de voortplanting alleen? [N 93 (1983)] || Wat is de dialectbenaming voor: een duif alleen voor de voortplanting? [N 93 (1983)]
III-3-2
|