| 33552 |
kweepeer |
kweekpeer:
kweekpêr (L374p Thorn),
kweepeer:
kwēkpɛr (L374p Thorn)
|
kwee [SGV (1914)] || kweepeer [SGV (1914)]
I-7
|
| 21344 |
kwellen |
kwellen:
kwelle (L374p Thorn),
plagen:
plaoge (L374p Thorn)
|
lichamelijk of geestelijk leed veroorzaken [plagen, kwellen] [N 85 (1981)]
III-3-1
|
| 21788 |
kwelling/pesterij |
plaag:
plaog (L374p Thorn),
plagen, het ~:
plaoge (L374p Thorn)
|
het kwellen [plaag, temptatie] [N 85 (1981)]
III-3-1
|
| 19105 |
kwezel |
kwezel:
kweezel (L374p Thorn),
kwezel (L374p Thorn)
|
Een bidziel, bidmens, kwezel, overdreven vrome persoon. [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 23736 |
kwezelachtig |
kwezelachtig:
kweezelechtig (L374p Thorn)
|
Kwezelachtig. [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 17692 |
kwijl |
zever:
zeiver (L374p Thorn, ...
L374p Thorn)
|
Kwijl: uit de mond lopend speeksel (zever, kwijl). [N 84 (1981)]
III-1-1
|
| 21833 |
kwinkslag |
koddig (bn.):
koddig (L374p Thorn)
|
een grappig, koddig gezegde [slag, dreun] [N 87 (1981)]
III-3-1
|
| 19980 |
kwispelstaarten |
kwispelen:
ideosyncr.
kwispele (L374p Thorn),
met de stert
kwispĕle (L374p Thorn)
|
Hoe noemt u de staart heen en weer bewegen, als teken van vriendschap, gezegd van honden (kwispelen, kwipselen, kwipselstaarten, kwispelstaarten) [N 83 (1981)] || kwispelstaarten [SGV (1914)]
III-2-1
|
| 23580 |
kyrie eleison |
kyrie:
kyrie (L374p Thorn)
|
Het "vaste gezang"aan het begin van de mis, het "Kyrie eleison". [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 28273 |
laadplaats |
laadplaats:
laadplaats (L374p Thorn
[(Maurits)]
[Eisden])
|
De ondergrondse ruimte naast de schacht waar de mijnwagens op de kooi worden geduwd. [N 95, 690; monogr.; N 95A, 3; N 95, 178]
II-5
|