| 26438 |
ligger |
ligger:
leqǝr (L374p Thorn)
|
De onderste, stilliggende molensteen. [N O, 17d; A 42A, 32; N D, 6; Sche 48; Vds 86; Jan 120; Coe 97; Grof 118; monogr.]
II-3
|
| 24485 |
liguster |
liguster:
ideosyncr.
legister (L374p Thorn)
|
De liguster; een struik van 1-4 m hoogte met grauwe opgerichte takken, heeft witte bloemen en zware kogelvormige erwt-grote bessen; zeer bekend als haagplant (merekenspalm, theeboom, mondhout, heggesering). [N 82 (1981)]
III-4-3
|
| 18831 |
lijden |
lijden:
lieje (L374p Thorn),
ondergaan:
ongergaon (L374p Thorn)
|
een onaangename toestand verduren [lijden, onderstaan] [N 85 (1981)]
III-1-4
|
| 20443 |
lijkbaar |
lijkbaar:
liekbaar (L374p Thorn)
|
De lijkbaar [liechebaar, baar]. [N 96D (1989)]
III-3-3
|
| 20464 |
lijkbidder |
lijkbidder:
buren
liekbèjers (L374p Thorn)
|
lijkbidders; wordt het overlijden aangezegd door de naaste buren of door lijkbidders? Hoe heten deze (aanzeggers, aansprekers, groeveneugers, uitingstneugers, lijkers, enz.)? (duidelijk vermelden of deze naam op de buren of op de lijkbidders slaat) [VC 03 (1937)]
III-2-2
|
| 24068 |
lijkboog |
dodenboog:
doeëjebaog (L374p Thorn)
|
De in de kerk opgestelde boog bij een lijkdienst, lijkboog [doeëdeboaëg, boaëg]. [N 96D (1989)]
III-3-3
|
| 26183 |
lijken |
luiken:
lȳkǝ (L374p Thorn)
|
De touwen die in de rand van elk zeil zijn ingenaaid en waarmee het zeil aan de kikkers van de roede enerzijds en aan de toppen van de scheien anderzijds wordt vastgemaakt. [N O, 5b; A 42A, 70; monogr.]
II-3
|
| 20254 |
lijkenhuisje |
lijkenhuisje:
liekehuuske (L374p Thorn),
liekenhuuske (L374p Thorn)
|
Het gebouwtje op of bij het kerkhof, waar de lijkbaar staat en waar men vroeger zo nodig een lijk tijdelijk onderbracht [lijkenhuisje, liek(e)huuske, dodenhuisje, doeëdehuus-je?]. [N 96A (1989)]
III-3-3
|
| 20186 |
lijkstro |
dodenwisjes:
dodenbosjes (mar.: dodenwiskes?; van wis)
doi-jəweskəs (L374p Thorn)
|
lijkstroo; Hoe noemt men dit lijkstroo (schoofstroo, reeuwstroo, enz.). Zij er bepaalde uitdrukkingen die hiermee verband houden (bv. hij komt van het bed op het stroo) [VC 03 (1937)]
III-2-2
|
| 20466 |
lijkwagen |
dodenwagen:
doeëjewaage (L374p Thorn)
|
de lijkwagen [doeëdewaan] [N 96D (1989)]
III-2-2
|