| 33765 |
linkerkant van het paard |
bij de hand:
bi dǝ hantj (L374p Thorn)
|
Kant waar de voerman het paard leidt. [N 8, 9 en 10]
I-9
|
| 28772 |
linnen, linnengoed |
lijnen:
linǝ (L374p Thorn)
|
Weefsel uit vlas- of hennepgaren vervaardigd. Lijnwaad. [N 62, 77; N 59, 201; N 62, 75f; L 1a-m; L 30, 30a; L 30, 30b; L B1, 95; MW; Wi 18 en 55; S 22; monogr.]
II-7
|
| 17617 |
lip |
lip:
lup (L374p Thorn, ...
L374p Thorn),
løp (L374p Thorn)
|
lip [DC 01 (1931)], [RND], [SGV (1914)]
III-1-1
|
| 24541 |
lis (alg.) |
gele iris:
WLD
gèèl iris (L374p Thorn),
iris:
WLD
iris (L374p Thorn),
lis:
idiosyncr.
lis (L374p Thorn, ...
L374p Thorn)
|
Duitse lis (iris germanica). De bloemen zijn blauw, alle 6 de bloemdekslippen zijn ongeveer even lang, de binnenste met een dichte rij gele haren (lits, lis, liesel, waterlelie, kaars). [N 92 (1982)] || Gele lis (iris pseudacorus). Een 40 tot 120 cm grote plant met een zeer dikke, kruipende wortelstok; de bladeren zijn zwaardvormig; de bloemen hebben 6 gele bloemdekbladeren, de 3 buitenste groot, bruin gestreept, de 3 binnenste klein, rechtopstaand, 3 me [N 92 (1982)]
III-4-3
|
| 24528 |
lisdodde |
duivelskluppel:
-
duvəls klûppel (L374p Thorn),
waterlis:
WLD
waterlis (L374p Thorn),
wolfsstaart:
idiosyncr.
wolfsstert (L374p Thorn)
|
Grote lisdodde (typha latifolia een 100 tot 250 cm hoge plant. De bladeren zijn tot 2 cm breed; de bloemen bevinden zich in cilindervormige aren, eenslachtig, de mannelijke bovenaan, vlak daaronder de vrouwelijke, de bloemdekbladeren ontbreken. Bloeitij [N 92 (1982)] || lisdodde [DC 13 (1945)]
III-4-3
|
| 21824 |
lispelen (slissen) |
lispelen:
Van Dale: lispelen, 1. de s en z onduidelijk, met een eigenaardig zacht gesis uitspreken; - 2. met onduidelijke, zwakke stem uiten, fluisteren.
lispele (L374p Thorn, ...
L374p Thorn)
|
de s en de z onduidelijk, met een eigenaardig zacht gesis uitspreken [lispelen, tispelen, strisselen] [N 87 (1981)]
III-3-1
|
| 18967 |
list |
list:
list (L374p Thorn, ...
L374p Thorn)
|
een slimme vondst die men toepast om zijn doel te bereiken zodat daardoor een persoon misleid wordt [list, fint] [N 85 (1981)]
III-1-4
|
| 23731 |
litanie van de rozenkrans |
litanie (<lat.):
littanie (L374p Thorn),
litteniej (L374p Thorn)
|
De litanie van O.L. Vrouw, het slot van het Rozenhoedje [littenïj, lietenïj, lieteniej, lietenej?]. [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 18051 |
litteken |
lijnteken:
lienteike (L374p Thorn),
lienteikə (L374p Thorn)
|
Als een wond of zweer is genezen, blijft de plaats ervan meestal zichtbaar. Die plek noemt men dan een .... (Nederl. litteken). [DC 30 (1958)] || litteken [SGV (1914)]
III-1-2
|
| 23438 |
liturgisch vaatwerk |
heilig vaatwerk:
heilig vaatwerk (L374p Thorn)
|
De heilige vaten, het liturgisch vaatwerk [kelken, cibories, monstrans]. [N 96A (1989)]
III-3-3
|