| 22532 |
loten add.: loterij |
loterij:
loaterie (L374p Thorn)
|
Het spel waarbij de winnaar(s) door het lot word(t)(en) aangewezen [loten, loteren, lotelen, loteren]. [N 88 (1982)]
III-3-2
|
| 25247 |
loteren, los zitten |
los zitten:
los zitte (L374p Thorn),
uitlodderen:
oetgelodderdj (L374p Thorn)
|
los zitten, gezegd van onderdelen [loteren] [N 91 (1982)]
III-4-4
|
| 21194 |
luchtballon |
luchtballon:
lochtballon (L374p Thorn),
logtballon (L374p Thorn)
|
een ballon die kan opstijgen met een mand eronder om personen te vervoeren [ballon, luchtbal, luchtbol, luchtschip] [N 90 (1982)]
III-3-1
|
| 24998 |
luchtbel in water |
brobbel:
brobbel (L374p Thorn)
|
de opborrelende lucht- of gasbel in een vloeistof [wal, wel, brobbel, bobbel] [N 91 (1982)]
III-4-4
|
| 28169 |
luchtcirculatie |
doorstroming:
doorstroming (L374p Thorn
[(Maurits)]
[Oranje-Nassau I, Oranje-Nassau II, Oranje-Nassau III, Oranje-Nassau IV])
|
De circulatie van de lucht door de ondergrondse werken. [N 95, 210]
II-5
|
| 27211 |
luchtdeur |
lochtdeur:
loxtdø̄r (L374p Thorn
[(Maurits)]
[Zwartberg, Waterschei]),
wetterdeur:
wętǝrdø̄ǝr (L374p Thorn
[(Maurits)]
[Maurits])
|
Houten of ijzeren deur waarmee de luchtstroom ondergronds geregeld kan worden. [N 95, 214; monogr.; Vwo 485; Vwo 862]
II-5
|
| 28047 |
luchthamer |
afbouwhamer:
āfbuwhāmǝr (L374p Thorn
[(Maurits)]
[Maurits]),
āfbǫwhamǝr (L374p Thorn
[(Maurits)]
[Maurits])
|
De door samengeperste lucht aangedreven hamer waarmee de houwer in de pijler de steenkool delft. [N 95, 808; monogr.; N 95, 760 add.; Vwo 30; Vwo 487; Vwo 598; Vwo 603; div.]
II-5
|
| 29807 |
luchtkanalen |
kanaaltjes:
kanɛ̄lkǝs (L374p Thorn)
|
Smalle luchtkanalen in de bodem van de oven waardoor geventileerd werd wanneer zich teveel waterdamp in de oven ontwikkelde. In L 331 werden de bodemstenen zo neergelegd dat daartussen luchtpijpen vrijbleven. Deze stenen noemde men kallen (kal\) - Donkers, pag. 46. [monogr.]
II-8
|
| 27213 |
luchtkoker |
lochtkoker:
loxtkǭkǝr (L374p Thorn
[(Maurits)]
[Maurits]),
lutte:
lǫt (L374p Thorn
[(Maurits)]
[Maurits])
|
Metalen of kunststof buis van ongeveer 50 cm doorsnede waarmee verse lucht naar ondergrondse werkpunten wordt gebracht die buiten de normale luchtstroom liggen. [N 95, 219; monogr.; Vwo 211; Vwo 489]
II-5
|
| 28190 |
luchtkokertoer |
luttentoer:
lotǝntūr (L374p Thorn
[(Maurits)]
[Domaniale])
|
Serie aaneengesloten luchtkokers. [N 95, 221; monogr.]
II-5
|