| 23948 |
naaste |
evennaaste:
aevenaoste (L374p Thorn),
naaste:
naoste (L374p Thorn)
|
Je/uw naaste, evennaaste, evenmens [naoste, nôste, èèvemins]. [N 96D (1989)]
III-3-3
|
| 23725 |
nabidden |
nabeden:
naobaeje (L374p Thorn),
naobèèje (L374p Thorn)
|
Nabidden, d.w.z. antwoorden bij het bidden, de tweede helft van een gebed bidden. [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 21816 |
nabootsen |
imiteren (<fr.):
imitere (L374p Thorn),
na-apen:
nao-aape (L374p Thorn)
|
iemands stemgeluid imiteren [nabootsen, papegaaien] [N 87 (1981)]
III-3-1
|
| 27460 |
nabreken |
nabreken:
nǭbrē̜kǝ (L374p Thorn
[(Maurits)]
[Zwartberg, Waterschei])
|
Gesteente uit het dak en eventueel uit de wanden wegnemen om op deze wijze toegedrukte galerijen en steengangen weer te verruimen. [N 95, 903; N 95, 390; N 95, 384; monogr.; Vwo 216; Vwo 537]
II-5
|
| 21843 |
nachtbraken |
nachtbraken:
nachtbraake (L374p Thorn),
zwabber (zn.):
zwabber (L374p Thorn)
|
tot diep in de nacht uitgaan, nachtbraken [zwabberen] [N 87 (1981)]
III-3-1
|
| 27264 |
nachtdienst |
nachtschicht:
naxšext (L374p Thorn
[(Maurits)]
[Laura, Julia])
|
De dienst van 10 uur ''s avonds tot ''s anderendaags 6 uur in de morgen (Vanwonterghem pag.160, Defoin pag. 211). Volgens de informant van Q 15 kende de nachtdienst een vierkante penning. Het woordtype "televisieschicht" duidt volgens dezelfde invuller op het feit dat, wanneer deze dienst begon, het t.v.-programma was afgelopen. Ze begon twee uur later dan de normale nachtdienst en werd vooral gevuld met roofwerkzaamheden. Zie verder ook de toelichting bij het lemma Controlepenning. [N 95, 118; monogr.; Vwo 539; Vwo 540]
II-5
|
| 24213 |
nachtegaal |
nachtegaal:
nachtegaal (L374p Thorn),
nagtegaal (L374p Thorn)
|
nachtegaal [SGV (1914)] || nachtegaal (16,5 bekend; kleine bruine vogel met rossige staart; vrij zeldzame zomervogel; verborgen levend; beroemd om de zang [N 09 (1961)]
III-4-1
|
| 23772 |
nachtmis |
nachtmis:
nachmès (L374p Thorn),
nachtmès (L374p Thorn)
|
De mis die snachts wordt gedaan, nachtmis. [N 96C (1989)]
III-3-3
|
| 24214 |
nachtzwaluw |
vliegende paard:
is wanneer ze overdag in een boom zit onvindbaar daar ze de eigenschap heeft niet dwars op een tak te zitten, maar in de lengte, dus parallel met de tak en zodoende onzichtbaar.
vleegendje perd (L374p Thorn),
vliegende pad:
vleegendje pèt (L374p Thorn)
|
nachtzwaluw || nachtzwaluw (27 vrij zeldzame zomervogel; meest op de hei; bruin met allerlei streepjes en vlekjes; overdag onvindbaar; maakt geen nest; roep ratelend [errrrrr-orrrrr] [N 09 (1961)]
III-4-1
|
| 18937 |
nadeel |
nadeel:
naodeil (L374p Thorn),
schade:
sjaai (L374p Thorn, ...
L374p Thorn)
|
het nadeel dat voor iemand uit een gebeurtenis of handeling voortvloeit [schade, schaai, scha, nadeel] [N 85 (1981)]
III-1-4
|