| 18237 |
oorring |
oorbel:
oorbel (L374p Thorn),
ôârbel (L374p Thorn)
|
zilveren of gouden ring die in elk van beide oren gedragen wordt [oorbel, bel, slinger] [N 86 (1981)]
III-1-3
|
| 17873 |
oorveeg |
fleer om de oren:
flèèr om de oare (L374p Thorn),
oorveeg:
oorvieg (L374p Thorn)
|
Oorveeg: slag om de oren (raps, oorveeg, opneuker, mot, blamot, appelvlink, sabelets, pees, lap, draai, laps, klap, lek, konkel, fleer, hababbel). [N 84 (1981)]
III-1-2
|
| 20056 |
oostindische kers |
oostindische kers:
idiosyncr.
oeəst inidische kees (L374p Thorn, ...
L374p Thorn),
WLD
Oostindische kers (L374p Thorn)
|
[N 92 (1982)]Oostindische kers (tropaeolum majus nana). De bladeren zijn roodachtig met 5 zeer stompe hoeken, ze zijn iets grijsgroen. De kelk is geel. De kroonbladeren zijn oranje tot lichtgeel, aan hun voet met franje. De onrijpe vruchten worden in azijn ingemaakt, [N 92 (1982)]
I-7, III-2-1
|
| 24868 |
oot |
vlughaver:
-
vluughaver (L374p Thorn),
idiosyncr.
vlökhaver (L374p Thorn)
|
oot [wilde haver] [DC 30 (1958)] || Oot, wilde haver (avena fatua 5 tot 20 cm groot. De plant is zodevormend, de bladeren zijn borstelvormig; de aartjes bevinden zich in dichte, aarvormige pluimen, klein, lichtgroen tot grijsachtig van kleur, kort genaald. Van april tot en met juni. Te vi [N 92 (1982)]
III-4-3
|
| 33293 |
oot, wilde haver |
vlughaver:
vlȳghāvǝr (L374p Thorn)
|
Avena fatua L. Een vrij algemeen voorkomend lastig onkruid op bouwland, in korenvelden en wegbermen, dat er haverachtig uitziet met een wijde, pluimvormige aar. Het bloeit van juni tot augustus. De lengte varieert van 60 tot 120 cm. Vergelijk lemma Evene in WLD.I, afl. 4. [A 30, 2; A 60A, 81; L 49, 2; monogr.; add. uit JG 1a, 1b]
I-5
|
| 23198 |
op bedevaart gaan |
een bedeweg doen:
ene bééjwéég doon (L374p Thorn),
op bedevaart gaan:
op bedevaart gaon (L374p Thorn, ...
L374p Thorn)
|
Bedevaart doen [ne gank doon]. [N 06 (1960)] || Een bedevaart doen, op bedevaart gaan [beewegen, beevaarden, bèèverte]. [N 96C (1989)]
III-3-3
|
| 22581 |
op de dril zetten (1 april) |
op de dril sturen:
op de dril stuure (L374p Thorn)
|
De dag waarop men lichtgelovige personen om een onzinnige boodschap stuurt (1 april). [N 88 (1982)]
III-3-2
|
| 17935 |
op de loop gaan |
bijzen:
bieze (L374p Thorn),
ervandoor gaan:
der vandoor gaon (L374p Thorn),
op de loop gaan:
op de luip gaon (L374p Thorn),
oppe luip goan (L374p Thorn)
|
op de loop gaan [SGV (1914)] || vluchten: Op de loop gaan (biezen, vluchten, vlieden). [N 84 (1981)]
III-1-2
|
| 17966 |
op de schouder zitten |
op de rug zitten:
bie vader oppe rök zitte (L374p Thorn)
|
rug: bovendeel van de rug [mars, hot] [N 10 (1961)]
III-1-2
|
| 17949 |
op de tenen lopen |
op de tenen lopen:
oppe tiēēn loupe (L374p Thorn)
|
lopen: op zijn tenen lopen [op zn vurvoete] [N 10 (1961)]
III-1-2
|