| 18889 |
voornemen |
voornemen:
veurnumme (L374p Thorn),
vèùərnumme (L374p Thorn)
|
wat men zich voorgenomen heeft, een plan [opzet, voornemen, plan] [N 85 (1981)]
III-1-4
|
| 23989 |
voornemen om niet meer te zondigen |
voornemen:
vuërnumme (L374p Thorn)
|
Het voornemen om niet meer te zondigen [de vuërzats]. [N 96D (1989)]
III-3-3
|
| 19007 |
voornemens zijn |
get voorhebben:
get vèùər həbbə (L374p Thorn),
het voornemen hebben:
dae haet ⁄t veurnumme (L374p Thorn)
|
van plan zijn, het voornemen hebben [getijd zijn/hebben, betijd hebben, vörgers zijn] [N 85 (1981)]
III-1-4
|
| 17852 |
vooroverduikelen |
tuimelen:
tømele (L374p Thorn),
vooroverduiken:
veureuver doewke (L374p Thorn),
vooroverschieten:
veureuver sjeete (L374p Thorn)
|
duikelen, voorover vallen [stulpe, stölpe] [N 10 (1961)] || tuimelen [SGV (1914)]
III-1-2
|
| 21855 |
voorraad |
voorraad:
veurraod (L374p Thorn),
veuərraot (L374p Thorn)
|
de hoeveelheid goederen die in een winkel aanwezig is om te verkopen [voorraad, reserve, mörske] [N 89 (1982)]
III-3-1
|
| 32643 |
voorschaar |
afschoeper:
āfšōpǝr (L374p Thorn),
voorschaars:
vø̄r[schaars] (L374p Thorn)
|
De vóór het kouter geplaatste kleine schaar, die bij het ploegen de bovenste laag van de "harde voor" afschilt en deze met de mest en evt. onkruid in de open voor schuift. De in dit lemma vermelde meervoudsvormen zijn waarschijnlijk verstrekt naar aanleiding van een wentelploeg, die immers van twee boven elkaar staande voorscharen is voorzien. Voor het (...)-gedeelte van varianten zie men het lemma ploegschaar. [JG 1a + 1b + 1c; JG 2c ; N 11, 31.IV.a; N 11, 33f + g; N 11A, 85a; monogr.]
I-1
|
| 18278 |
voorschoot, schort (alg.) |
scholk:
šjolk (L374p Thorn)
|
Hoe noemt men het katoenen, wollen of zijden kledingstuk, dat de vrouw bij het werk draagt om haar kleren tegen vuil worden te beschermen en dat of de gehele voorzijde van het lichaam, of hoofdzakelijk de rok bedekt ? [DC 15 (1947)]
III-1-3
|
| 27931 |
voorspanbalk |
voorspanrail:
vø̄ǝrspanrēl (L374p Thorn
[(Maurits)]
[Maurits])
|
Profielijzerbalk van ongeveer vijf meter lengte voor de voorlopige ondersteuning van het dak bij het front van een in aanleg zijnde mijngang. De voorspanbalk wordt aan de reeds bestaande ondersteuning gemonteerd. Defoin (pag. 113) vermeldt dat er vroeger ook houten voorspanbalken werden gebruikt. [N 95, 366; N 95, 363; monogr.; Vwo 254; Vwo 259; Vwo 844]
II-5
|
| 27932 |
voorspanhaak |
voorspanhaak:
vøǝrspanhǭk (L374p Thorn
[(Maurits)]
[Maurits])
|
Beugel, bevestigd aan de bestaande ondersteuning, waarin de voorspanbalk hangt. [N 95, 364; monogr.]
II-5
|
| 27934 |
voorspannen |
voorspannen:
vøǝrspanǝ (L374p Thorn
[(Maurits)]
[Eisden])
|
Het verlengen van de ondersteuning aan het front van een mijngang met behulp van voorspanhaken, voorspanbalken en voorspankappen. [N 95, 367; monogr.]
II-5
|