e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... dialect=L318b plaats=Tungelroy

Overzicht

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
wijzers van het torenuurwerk wijzers: wiezers (Tungelroy) De wijzers van de torenklok. [N 96A (1989)] III-3-3
wild wild: weltj (Tungelroy) Geslachtsdrift vertonend, gezegd van de stier. [N 3A, 17] I-11
wild konijn (enkelv.) konijn (lang/sleept.): knien (Tungelroy) wild konijn (enkelv.) [DC 55 (1980)] III-4-2
wild konijn (meerv.) konijn (kort/stoott.): knien (Tungelroy) wild konijn (meerv.) [DC 55 (1980)] III-4-2
wild verband wild verband: weltj ˲vǝrbantj (Tungelroy) Metselverband waarbij strekken en koppen zich in een laag op onregelmatige wijze afwisselen. Het wild verband werd na de oorlog veel gebruikt in verband met de toen heersende schaarste aan materiaal (Westra, pag. 21). De term wild verband wordt ook gebruikt voor decoratief metselwerk waarbij verschillende steensoorten onregelmatig door elkaar worden gerangschikt. [N 31, 24f; N 31, 26] II-9
wilde bertram knoopjes: knuipkes (Tungelroy) Wilde bertram (achillea ptarmica 20 tot 90 cm grote, vrijwel kale plant; de bladeren zijn ongedeeld en lijn- tot lancetvormig, de bladrand is fijn gezaagd; de bloemen staan in wat grotere hoofjes dan bij de vorige, 10 witte straalbloempjes. Bloeitijd va [N 92 (1982)] III-4-3
wilde eend eend: aentj (Tungelroy), ènj (Tungelroy), wilde eend: wildj ééndj (Tungelroy) eend || eend, wilde — || eend: wilde eend (58 overal bekend; groene kop en nek; bruine borst [N 09 (1961)] III-4-1
wilde gans gans: gaos (Tungelroy), goâs (Tungelroy), wilde gans: wilj gaos (Tungelroy) gans || gans, wilde — || gans: grauwe gans (± 80 net een tamme gans zonder wit; oranje bek; roep gelijk tamme gans [N 09 (1961)] III-4-1
wilde hoofdharen vleughaar: vleeghaor (Tungelroy) hoofdharen, wilde ~ [vliechhaar] [N 10 (1961)] III-1-1
wilde koe wilde koe: weldj [koe] (Tungelroy) Koe van onbekende of niet erkende afstamming. Bedoeld wordt een koe waarvan het ouderpaar niet bekend is of waarvan de afstamming niet is geregistreerd. Zie voor de fonetische documentatie van (koe) het lemma ''koe'' (3.3.1). [N 3A, 3a; monogr.] I-11