| 23491 |
gesloten kapelletje? |
kapelletje:
kapelke (Q101p Valkenburg)
|
Een kapelletje waar men niet in kan, waarin achter traliewerk een kruis of een beeld staat. [N 96A (1989)]
III-3-3
|
| 34472 |
gesneden haan |
kapuin:
kapuin (Q101p Valkenburg),
loerhaan:
lūrhān (Q101p Valkenburg)
|
[N 19, 60a; monogr.]
I-12
|
| 34394 |
gesneden mannelijk schaap |
hamel:
hāmǝl (Q101p Valkenburg)
|
[N 19, 65a; JG 1a, 1b, 1c, 2c; AGV m 3; A 2, 46; A 4, 22a; R 3, 24; N 77, add.; L 39, 44; L 20, 22a; L 5, 30b; Wi 12; monogr.]
I-12
|
| 34305 |
gesneden mannelijk varken |
berg:
bɛrx (Q101p Valkenburg)
|
Het WNT (II, 1 blz. 1872 s.v. berg (II)) geeft de volgende definitie van berg: "Hetzelfde als Barg (I), inzonderheid toegepast op de mannelijke biggen die, ongeveer drie weken oud, zijn gesneden". [N 19, 8; A 4, 4b; A 4, 4a; L 20, 4b; L 37, 49e; JG 1a, 1b, 2c; S 39; N C, add.; monogr.; N E 1, 12]
I-12
|
| 34309 |
gesneden vrouwelijk varken |
gelts:
gels (Q101p Valkenburg
[(onvruchtbaar gemaakt)]
)
|
Uit de antwoorden blijkt dat gelt verschillende betekenissen kan hebben. Er zijn informanten (K 278, L 421, 422, 423, Q 197, 211) die zeggen dat het snijden van een vrouwelijk varken ter plekke onbekend is. Het onvruchtbaar maken bestond uit het doorknippen van de eileiders. [N 19, 9; A 4, 4c; L 20, 4c; L 37, 49e; JG 1b; L 37, 49f; monogr.]
I-12
|
| 18254 |
gesp |
gasp:
gasp (Q101p Valkenburg),
gesp:
gasp (Q101p Valkenburg),
gesp (Q101p Valkenburg),
sjoon mit gaspe (Q101p Valkenburg)
|
Gesloten, vaak min of meer vierkant beugeltje, gewoonlijk met een al of niet aan een afzonderlijke spil zittende tong, aan het ene einde van een riem enz. bevestigd en waardoor het andere einde gestoken wordt, dat dan door de tong in de ring vastgehouden wordt (Van Dale, pag. 903). [N 62, 53; MW; monogr.] || gesp [schoenen m.e. ~ ] [SGV (1914)] || Hoe noemt U een gesp? [N 62 (1973)] || sluitgesp, haak aan de tailleband van een broek [sjnal, boksesnal, gasp, gespel] [N 23 (1964)]
II-7, III-1-3
|
| 33761 |
gespeend veulen |
flesveulen:
flęšvø̄lǝ (Q101p Valkenburg),
gespeend veulen:
gǝšpēnt vȳǝlǝ (Q101p Valkenburg)
|
Een veulen dat gespeend, niet meer gezoogd wordt. De ontwenning heeft tijdens de vierde of vijfde maand plaats. [N 8, 2b]
I-9
|
| 23515 |
gestichte mis |
gestichte dienst:
gesjtiechden deens (Q101p Valkenburg)
|
Een gestichte H. Mis. [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 18543 |
gestreepte broek |
streepjesbroek:
streepkesbrook (Q101p Valkenburg),
trouwbroek:
trouwbrook (Q101p Valkenburg)
|
broek, gestreepte ~ van jacquet of kort zwart pak [striepkesboks] [N 23 (1964)]
III-1-3
|
| 21319 |
getatewaal |
gestroddel:
gesjtròddel (Q101p Valkenburg)
|
getatewaal (gebrekkig spreken) [SGV (1914)]
III-3-1
|