e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Valkenburg

Overzicht

Gevonden: 5178
BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
zuring, groente surelle: səreͅl (Valkenburg) Zuring die als groente wordt gekweekt [N 14 (1962)] I-7
zuster begijn: begien (Valkenburg), non: non (Valkenburg), zus: mar.: resp. gebruikt spelling uit de (bijgevoegde) brochure: "Phonetische schrijfwijze van het Valkenburgsch plat en gelijkluidende dialecten". Omspelling komt voor mijn rekening  zus (Valkenburg), zuster: suster (Valkenburg), zuster (Valkenburg, ... ), zuuster (Valkenburg, ... ), züster (Valkenburg, ... ), (Boven de ö van hör hoort nog een lengte streep te staan, deze combinatie is met de computer niet te maken).  zöster (Valkenburg), neen  zuuster (Valkenburg, ... ) Een lid van een vrouwelijke geestelijke orde, zuster, non [zuster, non, maseur, begijn]. [N 96D (1989)] || zuster [ZND 04 (1924)] || zuster [haar] [SGV (1914)] || zuster; bestaat er een woord voor broers en zusters samen (Hd. Geschwister?) [DC 05 (1937)] || zuster; mijn - is achttien, mijn zuster twintig jaar; < 6 jaar [DC 12a (1943)] || zuster; mijn - is achttien, mijn zuster twintig jaar; ± 10 jaar [DC 12a (1943)] || zuster; mijn broer is achttien, mijn zuster twintig jaar; volw. [DC 12a (1943)] III-2-2, III-3-3
zusters penitenten grijze begijnen: gries begiene (Valkenburg) De Zusters Penitenten [graw begiêne]. [N 96D (1989)] III-3-3
zuur oprispen branden, zuur -: zōēr branne (Valkenburg), het zuurbranden hebben: et zoerbrenne höbbe (Valkenburg), zoerbrenne höbe (Valkenburg) oprisping hebben gepaard gaande met een zure smaak in de mond [opzuure] [N 10 (1961)] || oprisping, een zure oprisping [de vuilen opbot, zooj, zuur] [N 10a (1961)] III-1-2
zuurdeeg heffe: høfǝ (Valkenburg), zuurdeegsem: zurdęjxsǝm (Valkenburg), zuurdesem: zurdęjsǝm (Valkenburg) Door gisting verzuurd deeg, gebruikt als rijsmiddel om nieuw brood te maken. Het is overschot van het deeg dat de vorige keer is gebakken. Met zuurdeeg wordt roggebrood gebakken, terwijl voor witbrood brouwersgist wordt gebruikt. Het zuurdeeg wordt in een bepaalde vorm, meestal broodvorm, gekneed en aan de bovenkant van een gaatje voorzien waarin een handvol zout wordt gedaan. Ook maakt men met de vinger wel eens een kruisje waarop men dan zout strooit. Tot de volgende bakdag wordt het zuurdeeg in de baktrog of in een doek of pot of in de kelder bewaard. Voor het gebruik wordt de droge korst van het zuurdeeg afgesneden en de rest in warm water gebrokkeld en geweekt (Weyns blz. 45). [N 29, 23a; N 16, 75; N 29, 23b; L 1a-m; L 2, 21b; LB 2, 236; OB 2, 4; OB 2, 6; JG 1b add.; S 6; S 6 add.; monogr.] II-1
zuurdeeg maken desemen: dęjsǝmǝ (Valkenburg), te bakken zetten: tǝ bakǝ zętǝ (Valkenburg) Een restant van het deeg een poos laten "rijpen", totdat het zuurdeeg is geworden en het aldus verkregen zuurdeeg gebruiksklaar maken. [N 29, 23b; S 6; monogr.] II-1
zuurdesem heffe: huffe (Valkenburg), zuurdesem: soerdeisem (Valkenburg), Eigen phonetische  zoerdeigsəm (Valkenburg) Zuurdeeg, gebruikt i.p.v. gist (heevel?) [N 16 (1962)] || zuurdesem: een beetje deeg overgehouden van de vorige maal (Fr. levain) [ZND 02 (1923)] III-2-3
zuurkool zuurmoes: zoermoos (Valkenburg, ... ), Eigen phonetische  zoermoos (Valkenburg) zuurkool [SGV (1914)] || Zuurkool (zoerkolle, suuremoes?) [N 16 (1962)] III-2-3
zuurkoolstamppot aardappelen met zuurmoes: Eigen phonetische  eèrpele mit zoermoos (Valkenburg), boerenmoes: boeremoos (Valkenburg) Stamppot van aardappelen en zuurkool [N 16 (1962)] III-2-3
zwaaien zwaaien: zjwejje (Valkenburg), zwensen: zjwanse (Valkenburg) zwaaien [SGV (1914)] III-1-2