| 17757 |
oor |
oor:
u:rə (Q172p Vroenhoven),
ūǝr (Q172p Vroenhoven)
|
oren [RND] || Zie afbeelding 2.1. [JG 1a, 1b]
I-9, III-1-1
|
| 18237 |
oorring |
oorbel:
u.rbaelə (Q172p Vroenhoven)
|
een paar oorringen [ZND 40 (1942)]
III-1-3
|
| 23198 |
op bedevaart gaan |
bedeweg gaan:
ver goin bejwèg (Q172p Vroenhoven),
vèr is meeer beklemtoond
vĕr gwoon beiwèg (Q172p Vroenhoven)
|
We gaan een bedevaart doen. [ZND 21 (1936)]
III-3-3
|
| 17935 |
op de loop gaan |
lopen gaan:
lōpe gwoͅn (Q172p Vroenhoven),
op de loop gaan:
op de loop gwon (Q172p Vroenhoven),
op də l"p gwoͅjn (Q172p Vroenhoven)
|
op de loop gaan [ZND 30 (1939)]
III-1-2
|
| 32922 |
op heukelingen zetten, zwelen |
op hoopjes zetten:
ǫp [hoopjes] ˲zętǝ (Q172p Vroenhoven)
|
Het bijeenwerken van de langwerpige heuveltjes tot de kleinste soort hopen: heukelingen of heukels. Het voorwerp van de overgankelijke werkwoorden is steeds: hooi. Wanneer het resultaat van de handeling, i.c. de heukeling, in het woordtype voorkomt, wordt steeds door middel van (...) verwezen naar de woordtypen van het lemma ''heukeling''. Om de vergelijking te vergemakkelijken is in dit lemma dezelfde volgorde van woordtypen of afleidingen daarvan aangehouden als in het lemma ''heukeling''. In dit en in de volgende lemma''s komen het woordtype opper en de afleidingen daarvan, zoals opperen, voor. Het type kent een achttal mogelijke typevarianten die onderling geen voorkeursvolgorde hebben: opper, upper, oppel, uppel, hopper, hupper, hoppel, huppel. In dit en in de volgende lemma''s zijn de vormen met en zonder begin-h als aparte woordtypen behandeld; de andere vormen staan steeds in dezelfde volgorde. De kaarten 39, 41 en 43, respectievelijk "op heukelingen zetten", "op hopen zetten" en "op oppers zetten" hebben alle drie dezelfde opbouw, die weer in verband staat met de opbouw van de kaarten 40, 42 en 44: "heukeling", "hoop" en "opper". Voor deze zes kaarten zijn ook dezelfde symbolen voor gelijke opgaven gebruikt. [N 14, 103; JG 1a, 1a, 1c; monogr.]
I-3
|
| 33851 |
op hol slaan |
lopen gaan:
lūpǝ gǫnj (Q172p Vroenhoven),
op (de) loop gaan:
ǫp løi̯p ˲guɛ.n (Q172p Vroenhoven)
|
Aan het hollen gaan, niet meer aan het commando gehoorzamen. [JG 1a, 1b; N 8, 81f]
I-9
|
| 32927 |
op oppers zetten, opperen |
huisteren:
hū.stǝrǝ (Q172p Vroenhoven)
|
Het bijeenwerken in de grootste soort hooihopen, oppers, die in het veld en direct op de grond, worden gemaakt; ze kunnen wel tot 3 meter hoog worden opgezet. Het voorwerp van de overgankelijke werkwoorden is steeds: hooi. Wanneer het resultaat van de handeling, i.c. de opper, in het woordtype voorkomt, wordt steeds door middel van ø...ŋ verwezen naar de woordtypen van het lemma ''opper''. Om de vergelijking te vergemakkelijken is in dit lemma dezelfde volgorde van woordtypen of afleidingen daarvan aangehouden als in het lemma ''opper''.' [N 14, 111; JG 1a, 1b; monogr.]
I-3
|
| 32920 |
op rijen zetten |
banen maken:
[banen] mǭ.kǝ (Q172p Vroenhoven)
|
Het uitgespreide gras dat de eerste droging heeft ondergaan bijeenwerken tot rijen of langwerpige heuveltjes. Het voorwerp van de overgankelijke werkwoorden is steeds: hooi of gras. Wanneer het resultaat van de handeling, i.c. de rij, in het woordtype voorkomt, wordt steeds door middel van (...) verwezen naar de woordtypen van het lemma ''rij, wiers''. Om de vergelijking te vergemakkelijken is in dit lemma dezelfde volgorde van woordtypen of afleidingen daarvan aangehouden als in het lemma ''rij, wiers''. Achter in het lemma staan dan de werkwoorden bijeen die geen formeel verband met de benamingen voor de rij hebben. De kaart bevat de denominatieven van de heteroniemen voor rij, wiers en de werkwoordelijke uitdrukkingen met die heteroniemen, ook geordend zoals in het lemma ''rij, wiers''. [N 14, 100; JG 1b, 1c, 2c; A 10, 18; L 38, 36; monogr.]
I-3
|
| 21275 |
opmaken |
opmaken:
gae:lt opmo:kə (Q172p Vroenhoven),
opmōͅkə (Q172p Vroenhoven),
zən sae:ntə opmo:kə (Q172p Vroenhoven),
Goedje = goederen.
zə gø:tṣə opmo:kə (Q172p Vroenhoven)
|
geld opdoen (opmaken) [RND]
III-3-1
|
| 19235 |
opnieuw beginnen |
optenieuw beginnen:
op tə no`ts bəgInə (Q172p Vroenhoven)
|
opnieuw beginnen: veel dialecten kennen nog andere woorden dan opnieuw [ZND 40 (1942)]
III-1-4
|