| 18791 |
haken |
crocheteren (<fr.):
ch als Frans
crochetére (Q078p Wellen),
haken:
crosjetére = handwerk
huêken (Q078p Wellen)
|
Haken, crocheren. [ZND 35 (1941)] || Haken. [ZND 01 (1922)]
III-1-3
|
| 28863 |
haken en ogen |
haak en oog:
huwǝk ɛn ǫwx (Q078p Wellen),
haken en ogen:
hyǝk ɛn ǫwgǝ (Q078p Wellen),
hø̄jk ɛn ǫwgǝ (Q078p Wellen)
|
Kleine metalen haakjes en ringetjes die, langs de zomen van kledingstukken genaaid, dienen om deze te sluiten. [N 62, 51; L 1a-m; L 24, 40b; L 49, 25; MW; S 11]
II-7
|
| 33301 |
hakken, wieden met de hak |
krebberen:
krɛbǝrǝ (Q078p Wellen)
|
Met een hak de grond tussen (rijen van) opgroeiende planten bewerken, met het doel deze luchtig te maken en van onkruid te zuiveren. [N 15, 5; JG 1a, 1b; monogr.]
I-5
|
| 33153 |
haksel |
gekapt stro:
gekapt [stro] (Q078p Wellen),
haksel:
hɛksǝl (Q078p Wellen)
|
Het kortgehakte stro, op de snijbok of in de hakselmachine, werd vroeger, samen met haver, gekookt en aan de beesten gevoerd. Als het iets grover gesneden was werd het ook wel als strooisel in de potstal gebruikt. Zie ook het lemma ''bussel kort stro'' (6.1.29). Zie voor de fonetische documenatie van het woorddeel [stro] het lemma ''stro'' (6.1.24). [JG 1b, 2c; L 1, a-m; L 26, 11; S 12; Wi 51; monogr.]
I-4
|
| 17810 |
halen |
halen:
haole (Q078p Wellen),
hālə (Q078p Wellen),
hoale (Q078p Wellen)
|
halen [ZND 01 (1922)] || halen: Moeder, bij wie moet ik geld halen ? [ZND 44 (1946)]
III-1-2
|
| 21661 |
halen en betalen |
afbetalen:
ps. omgespeld volgens Frings.
ōͅfbətōͅələ (Q078p Wellen)
|
Halen en betalen wat men gekocht heeft [ik moet gaan ontvangen?] [N 21 (1963)]
III-3-1
|
| 20343 |
half- of stiefbroer |
stiefbroer:
stief bruur (Q078p Wellen)
|
De zoon van de tweede man of vrouw van je vader of moeder (stiefbroer) [N 115 (2003)]
III-2-2
|
| 20344 |
half- of stiefzuster |
stiefzuster:
stief zuister (Q078p Wellen)
|
De dochter van de tweede man of vrouw van je vader of moeder (stiefzuster) [N 115 (2003)]
III-2-2
|
| 18713 |
halfhemd |
devant (fr.):
dəva͂ (Q078p Wellen)
|
devant: front, halfhemdje
III-1-3
|
| 32034 |
halfhoutse hoekverbinding |
gewone verbinding:
gǝwown vǝrbęjneŋ (Q078p Wellen)
|
Verbinding, waarbij twee stukken hout onder een hoek met behulp van een lip met elkaar verbonden worden. Zie ook afb. 130. Beide delen worden door middel van lijm, houtschroeven, spijkers of houten nagels vastgezet. [N 54, 51a]
II-12
|