e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... dialect=L381p plaats=Echt / Gebroek

Overzicht

Gevonden: 38

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
rammelaar rammelaar: remmelièr (Echt / Gebroek) konijn, mannetje [DC 04 (1936)] III-2-1
rot rot: Veldeke  rot (Echt / Gebroek) Rot, gezegd van fruit (rotterig, rotsig, rot, meluw). [N 82 (1981)] III-2-3
rotten rotten: Veldeke  rotte (Echt / Gebroek) Rotten en verschrompelen van appels (slijten, uitdrogen, verrompelen, rotte, verfronselen, verslijten, verrimpelen). [N 82 (1981)] III-2-3
spinnen spinnen: Veldeke  spönne (Echt / Gebroek) Hoe noemt u een snorrend, brommend geluid maken, van katten, meestal ten teken van welbehagen (korzen, spinnen, ronken, snurken, snorren, minzen) [N 83 (1981)] III-2-1
steen steen: Veldeke  stein (Echt / Gebroek) De pit van een steenvrucht (kern, steen, pit, baak, teel, kelling). [N 82 (1981)] III-2-3
vijg vijg: Veldeke  vieg (Echt / Gebroek) De eetbare, zoete, vlezige vrucht van de vijgeboom (vijg, smeerlap, vijgedaal). [N 82 (1981)] III-2-3
waaks waaks: Veldeke  waaks (Echt / Gebroek) Hoe noemt u goed, ijverig waken, gezegd van een hond (gewarig, waaks, waakzaam) [N 83 (1981)] III-2-1
wormstekig wormstekig: Veldeke  wòrmstaekig (Echt / Gebroek) Door wormen aangetast, gezegd van fruit (wormstekig, gemaaid, vermaaid, verpielt, meutelig, maaistekig, maaisteek). [N 82 (1981)] III-2-3