e-WLD begrippen 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 1

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
brommen, zoemen van een insect brommen: broe me (Oirsbeek), broeme (Brunssum), broēmme (Blerick), brome (Well), bromme (Baarlo, ... ), brommele (Guttecoven), brommen (Dieteren, ... ), brommə (Swalmen), broomme (Sint-Odili?nberg), brŏĕme (Meterik), brŏĕmme (Schinveld), brŏĕmmen (Posterholt, ... ), brŏmme (Asenray/Maalbroek, ... ), brŏŏ-me (Vijlen), brŏŏme (Simpelveld, ... ), brŏŏmme (Afferden, ... ), brŭmme (Herten (bij Roermond), ... ), bròmme (Beegden, ... ), brómme (Heer, ... ), brômme (Mechelen, ... ), brômme(n) (Grathem), de uitspraak van de oo ligt tusschen de lange en korte ..... [rest onleesbaar]  broomme (Obbicht), heel kort  brŏŏme (Horst), korte oe  brommen (Berg-en-Terblijt), naar oe  bromme (Stevensweert), o bijna oo  bromme (Venlo), o dof  brommen (Helden/Everlo), o kort  (brommen) (Reuver), o = kort uitgespr oo  brōmmen (Sevenum), oe kort  broemme (Einighausen), oo kort  brŏŏmme (Klimmen), gonzen: goͅnzən (Bocholt), grommen: gromme (Horn), o dof  grommen (Ulestraten), hompen: hoômpe (Tungelroy), knaaien: knoaje (Lottum), knoajen (Heijen), knoteren: o lang  knotere (Schimmert), preutelen: preutelen (Amby), ronken: rònke (Valkenburg), zoemen: zoeme (Maastricht) brommen [SGV (1914)] || gonzen [ZND m] || zoemen, brommen v insecten III-4-2