e-WLD begrippen 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 1

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
huilen, schreien belken: bĕlke (Blitterswijck), beuken: beuke (Susteren), beùke (Munstergeleen), bēūke (Heer), boeuke (Doenrade), boeuke(n) (Obbicht), böke (Blitterswijck, ... ), böken (Urmond), bø͂ͅke (Asenray/Maalbroek, ... ), boven de ö staat een lengte-teken  böke (Grubbenvorst), ps. omgespeld volgens Frings.  bø͂ͅke (Einighausen, ... ), soeur  boeuke (Brunssum), brullen: brulle (Asenray/Maalbroek, ... ), de klok aantrekken: de klŏk aantrèkke (Swolgen), grijnen: griene (Beegden, ... ), griene(n) (Obbicht, ... ), grienen (Horn, ... ), grienge (Banholt, ... ), grīēne (Lutterade), weenen  griene (Heerlen), grijnzen: greeze (Meerlo), greize (Beesel, ... ), grijze (Kessel, ... ), grijze∂ (Asenray/Maalbroek), grinze (Gennep), cf. WNT V, kol. 755-756 s.v. "grijzen (II)"op iemand grijzen, er een verachtelijk en een leelijk gezicht tegen trekken  greize (Steyl), huilen: huile (Borgharen), huilen (Blerick), hule (Helden/Everlo, ... ), hulen (Geleen), huule (Valkenburg), hūle (Panningen), gering  hule (Merselo), janken: janke (Asenray/Maalbroek, ... ), janken (Geleen, ... ), jankə (Swalmen), jĕnke (Heer), ps. boven de a staat nog een ?; deze combinatieletter is niet te maken, omgespeld is het inderdaad een a.  janke (Stevensweert), keken: keeke (Berg-en-Terblijt), krieken: krieke (Venlo), krijsen: kriesche (Epen, ... ), kriesje (Gulpen, ... ), krijten: kriete (Eijsden, ... ), krīēte (Heer), schreeuwen: schrauwe (Afferden, ... ), schrauwen (Heijen), schrauwwe (Wellerlooi), schrawe (Gennep, ... ), schrawwe (Horst, ... ), schrĕwwe (Merselo), schrieve (Heer), schroawe (Swolgen), schrouwe (Lottum), schruuwen (Oirlo), schrèuwe (Venray), schrêwe (Leunen), ps. dit is een beter woord.  schrawwe (Sevenum), schreien: schreije (Heerlen, ... ), schrèjen (Heijen), sjreie (Schinnen, ... ), sjreien (Schinveld), sjreije (Guttecoven), sjrĕje (Berg-en-Terblijt), toeten: toete (Beegden, ... ), zumpen: zauwe (Venlo), zumpe (Baarlo, ... ), zŭmpe (Beegden, ... ) schreien [SGV (1914)] III-1-4