e-WLD begrippen 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 1

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
krabsel aanzet: ānzɛt (Ulestraten), aanzetsel: aanzetsel (Hout-Blerick), āzɛtsǝl (Voerendaal), afval: afal (Houthalen, ... ), āfval (Heythuysen), bijeenschrapsel: biēnšrapsǝl (Eijsden), deeg: deeg (Mal), deegkorst: deegkorst (Genk), %%meervoud%%  dē̜xkǭrstǝ (Noorbeek), desem: dējǝsǝm (Zepperen), gekorsten deeg: gǝkȳštǝ dēx (Rumpen), gǝkōjštǝn dejx (Sittard), gremelen: grȳǝmǝlǝ (Heerlen), grø̄mǝlǝ (Swalmen), grē̜mǝlǝ (Stokrooie), gremelingen: grē̜mǝlīŋǝ (Melveren), klompen: klompǝ (Stokrooie), korst: kost (Bevingen), kuaš (Kerkrade), kōǝrs (Arcen), kū.š (Waubach), kǭš (Geleen), %%meervoud%%  kō.rstǝ (Panningen), kōrstǝ (Helden, ... ), kōrštǝ (Rothem), korstendeeg: kǫstǝdēx (Bilzen), moeldegeschrap: muljgǝšrap (Jabeek), moeldegeschrapsel: muljgǝšrapsǝl (Schinveld), mouwgelei: mašǝlɛj (Wittem), overschot: ȳvǝršūt (Bocholt), ēvǝrsxø̄t (Hasselt), plakken: plakǝ (Maastricht), resten: rɛstǝ (Kaalheide, ... ), schrapsel: šrapsǝl (Rekem, ... ), šrɛpsǝl (Heythuysen), verdroogde deeg: vǝrdrø̄gdǝ dę.jx (Melick) Deeg dat zich aan de zijkanten en op de bodem van de trog heeft vastgezet. [N 29, 21a] II-1