e-WLD begrippen 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 1

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
nachtjapon bedjak: bedjak (Heerlen, ... ), betjak (Eisden), bĕĕdjak (Panningen), bèdde-jak (Klimmen), bèdjak (Einighausen, ... ), bédjak (Brunssum, ... ), bédják (Grathem), (vroeger)  bêdjak (Tegelen), bedjasje  bedjak (Hoensbroek), informant: kort, ongeveer 70 cm lang, met lange mouwen, er hoorde een kort onderrokje bij dat `s nachts over het hemd werd gedragen  bédjak (Neeritter), bedjakje: bèdjékske (Puth), jakje: jeͅkskə (Opglabbeek), jannetje: NB liezeus: bedjasje voor dames, p.163.  jànneke (Sint-Truiden), japon: žapoͅn (Eisden), kiel: Mnl. kedel.  kē:l (Meeswijk), vroeger  keel (Oirsbeek), liseuse (fr.): [Van Dale (FN): liseuse, 3. bedjasje]  liezeus (Sint-Truiden), nachtjacque (<ofr.): nàachzjàk (Tongeren), Nachtjak.  nāxžak (Riksingen), nachtjak: nachjak (Brunssum, ... ), nachtjak (Mheer), nachtják (Tungelroy), naxtjak (Beringen), nāxtjak (Lommel), (kort jakje)  naachtjak (Meijel), informant: is bovenstuk  nachtjak (Ell), informant: voor vrouwen  nachtjak (Nunhem), nachtjapon: nach-jepòn (Klimmen), nachjapon (Borgharen, ... ), nachjapòn (Jabeek), nachjepon (Maastricht, ... ), nachjepòn (Meerssen), nachtjapon (Amstenrade, ... ), nagjəpoͅn (Eisden), naxtjapon (Beverlo), nàchjepón (Maastricht), [sic]  nachepon (Wijk), nachtjas: nātjas (Zichen-Zussen-Bolder), neͅtjas (Val-Meer), nachtjasje: Nachtjasje voor vrouwen.  nāxjeͅskə (Grote-Spouwen), nachtkiel: nachtkeel (Hoensbroek), neͅtkil (Millen), nachtkleed: na:chkleid (Mal), na:gkleid (Wintershoven), na:gklɛ.it (Opheers), naachtklè (Meijel), nachkleed (Hoensbroek), nachkleit [nachkleͅit} (Neerharen), nachtkleͅit (Lanklaar), nachtklieëd (Eksel), nachtklijəd (Hechtel), naechtkliêd (Neerpelt), nagkleͅit (Boorsem, ... ), naxtkleiət (Lommel), naxtkliəd (Kwaadmechelen), nāxklēͅt (Grote-Spouwen), nāxkleͅit (Tongeren), nágtkliəd (Achel), nachtpon: naachpon (Eijsden), naachpón (Meijel), naachtpon (Oirlo), naachtpŏn (Meijel), naagpon (Meijel), nach-pòn (Klimmen), nach-pôn (Tegelen), nachpon (Beek, ... ), nachpòn (Roermond), nachpón (Baarlo, ... ), nachpôn (Boekend, ... ), nachtpon (Blerick, ... ), nachtpōn (Maasbracht), nachtpoͅn (Bree), nachtpón (Haelen, ... ), nachtpön (Roermond), nagpon (Stokkem), naogpon (Rotem), nāchtpon (Venray), nāgtpoͅn (Hamont), nòòch(t)pón (Panningen), informant: is lang  nachpon (Neeritter), later  nachpón (Susteren), Ss. sub pon.  nachpón (Roermond), nachtskieltje: nachtskeelke (Hoensbroek), nachtskleed: naachskleet (Waubach), naachsklèid (Gronsveld), naachtsklèèd (Oost-Maarland), naatskleed (Kerkrade), nachskleid (Ulestraten), nachtskleed (Amstenrade), nachtsklêêd (Schinveld), nachtspon: naachspoem (Waubach), naats-poem (Bleijerheide), naatspoem (Bocholtz, ... ), naatspoeng (Kerkrade), naatspon (Chèvremont), [sic]  naatspoem (Nieuwenhagen), peignoir (fr.): peͅjgnar (Herk-de-Stad), pon: poem (Kerkrade), poeng (Kerkrade), pon (Bree, ... ), pon, punke (Sittard), poͅn (Achel), pun (Maaseik, ... ), pòn(kə) (Bocholt), pón (Aldeneik, ... ), pôn (Herten (bij Roermond)), ?  pon (Lommel), ponnetje: pon, punke (Sittard), pyjama {pijama}: pyama (Valkenburg), robe (fr.): raobe (Sint-Truiden), ro.ubə (Gingelom), ro.əp (Wellen), robə (Zelem), roube (Sint-Truiden), roubə (Velm), roͅubə (Borlo, ... ), roͅuəbə (Brustem), Robe.  rôp (Leopoldsburg), slaapjacque (<ofr.): sluoͅpžak (Tongeren), slaapjak: sla:pjak (Paal), sloͅapjak (Bree), sloͅpjak (Halen, ... ), Slaapjak.  sləpjak (Tessenderlo), slaapkiel: sjlaopkeel (Mechelen), slōͅbkil (Opheers), sluopkil (Hoeselt), sluəpkil (Romershoven), sub slaap, ss.  sloapkej.el (Hasselt), vgl. sluòpgewàand, sluòpklèid (z. ald.).  sluòpkīēl (Tongeren), slaapkleed: sloopklieëd (Eksel), slopklēt (Diepenbeek), slopklēͅd (Eigenbilzen), slopkleͅit (Mechelen-aan-de-Maas, ... ), slopklie"d (Beverlo), sloəpkled (Vliermaal), sloəpkliət (Donk (bij Herk-de-Stad), ... ), slōpklit (Spalbeek), slōpkliət (Zelem), slōpklīd (Kermt), slōupklīt (Lummen), slōͅpklēit (Borgloon), slōͅpkleͅit (Borgloon), slōͅpklīt (Hasselt, ... ), sloͅpkleͅit (Mechelen-aan-de-Maas), sloͅpkleͅt (Rosmeer), sloͅpklijət (Beringen), sloͅpklit (Hasselt, ... ), sloͅpkliəd (Achel), sloͅpkliət (Beverlo, ... ), sloͅəpklit (Kermt), slujpklied (Lummen), sluopklɛit (Tongeren), sluōəpklīt (Boekt/Heikant), sløpklijət (Paal), slúəpkleͅit (Ketsingen), šlōͅpklēͅt (Teuven), vgl. sluòpgewàand, sluòpkiel (z. ald.).  sluòpklèid (Tongeren), slaaprobe (<fr.): slaoprouwbe (Rummen (WBD)), sloͅprobə (Beringen), tabbaard: Tabberd. Cfr. tabard; mnl. tabbaert, tabbert.  tabərt (Meeuwen) #NAME? || bedjasje voor dames || hansop, nachtkleed voor kinderen [N 23 (1964)] || kort nachtkleedje || nachtjapon || nachtjapon [nachtpon, bedjak, nachtjak, jak] [N 25 (1964)] || nachtjapon: nachtkleed voor vrouwen || nachtkleding in het algemeen [t naachtdinge] [N 25 (1964)] || nachtkleding: inventarisatie overige soorten; betekenis/uitspraak [N 25 (1964)] || nachtkleed || nachtpon || pon || robe: lange huisrok || robe: nachtjapon || slaapkiel (meestal voor mannen) || slaapkleed (meestal voor vrouwen) || slaapkleed voor vrouwen || soort liezeus, maar ter vervanging van pyjamajasje III-1-3