e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Eijsden

Overzicht

Gevonden: 2926
BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
been been: bēēn (Eijsden) been [SGV (1914)] III-1-1
bef bef: bef (Eijsden) een bef [N 59 (1973)] III-1-3
begerig begerig: begēērig (Eijsden) begeerig [SGV (1914)] III-1-4
beginnen te rijzen gaan: gūǝn (Eijsden), opgaan: opgūǝn (Eijsden) De informant van Q 121 merkt op dat dit "beginnen te rijzen" gebeurt van b.v. zondagavond tot 4 uur maandagmorgen. [N 29, 25a; monogr.] II-1
begrafenis begrafenis: begreffenis (Eijsden) begrafenis [SGV (1914)] III-2-2
begrip, besef benul: benul (Eijsden), besef: besef (Eijsden) besef (hij heeft er geen ~ van) [SGV (1914)] III-1-4
beitelblok lood: lut (Eijsden) Stuk lood dat men onder het met de knoopsgatenbeitel uit te ponsen knoopsgat legt. De informanten van L 417, Q 7, Q 88 en Q 99 geven aan dit beiteltje nooit gebruikt te hebben. De informanten van K 361 en Q 121c namen hiervoor een stuk karton, eventueel met een blaadje lood op de helft bevestigd (Q 121c). De informant van Q 95 zegt dat de kleermakers vaker een eikehouten blok als lood gebruikten. De informant van Q 83 maakte van hennep of binnenwerk een onderlegger. Een andere informant van Q 83 hanteerde een ø̄brikjeø̄, vroeger gemaakt van aardewerk, nu van kunststof. De informant van L 265 gebruikte geen beitel maar de knoopsgatenschaar. [N 59, 29b] II-7
bek muil: mojl (Eijsden) Hoe noemt u de bek van een dier (muil, bakkes) [N 83 (1981)] III-4-2
bekisting bekisting: bǝkešteŋ (Eijsden) De van planken en platen vervaardigde houten mal waarin beton gestort wordt. Zie ook het lemma 'Bekister'. [N 30, 51a; monogr.] II-9
bekostigen? bekostigen: Algemene opmerking: invuller twijfelt over het spellingssysteem (Veldeke). Aangezien de lijst normaal (dus in gewoon Nederlands) is ingevuld, heb ik de lijst letterlijk overgenomen, dus niet(s) omgespeld!  bekusjtige (Eijsden) Betekenis en uitspraak van: het werkwoord bekostigen = betalen, b.v. "dat kan ik niet bekostigen? [bekostigen, beköstigen?] [N 21 (1963)] III-3-1