e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... dialect=Q032a plaats=Puth

Overzicht

Gevonden: 3095
BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
bestendig weer vast (weer): vas(t) waer (Puth) bestendig weer [vaste lucht] [N 22 (1963)] III-4-4
betalen betalen: betaole (Puth) Betalen, over de brug komen [afschieten?] [N 21 (1963)] III-3-1
beteuterd bleu: bleu (Puth) beteuterd [SGV (1914)] III-1-4
betrekken (lucht) gaan betrekken: ⁄t gēīt betrèkke (Puth), gaan toetrekken: ⁄t gēīt toetrèkke (Puth) dicht gaan zitten zodat er regen dreigt, gezegd van de lucht [de lucht overtrekt, groeit, belommert] [N 22 (1963)] III-4-4
beugeltas beugeltas: beugeltésj (Puth) tas, sierlijke ~ met beugel die men s zondags op de overrok draagt [beugeltes] [N 24 (1964)] III-1-3
beuk beuk: beuk (Puth), bruine beuk: -  broen beuk (Puth), rode beuk: -  rôô beuk (Puth) beuk [SGV (1914)] || beuk (Fagus) [DC 39 (1965)] III-4-3
beukennootje beukennootje: -  beukeneutjes (Puth) beukennootje [DC 39 (1965)] III-4-3
beurs, overrijp faux: foik (Puth) beursch (de peer is ~) [SGV (1914)] III-2-3
bevallen een kind krijgen: ei kind kriege (Puth) levenslicht [een kind het ~ schenken] [SGV (1914)] III-2-2
bevel bevel: bevel (Puth, ... ) bevel [SGV (1914)] III-1-4, III-3-1