e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Eisden

Overzicht

Gevonden: 3771
BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
zondag houden zondag houden: zôndeg hawwe (Eisden), zondag vieren: zôndeg vère (Eisden) De zondag houden/vieren/eerbiedigen/heiligen. [N 96D (1989)] III-3-3
zondagse kleren beste kleren: bestə kleͅijər (Eisden) zondagse kleren [t sondagsdinge] [N 23 (1964)] III-1-3
zonde zonde: zonde (Eisden), zunj (Eisden) Een zonde [zund, zung]. [N 96D (1989)] III-3-3
zonder opzet zonder erg: soo-ungər erg (Eisden) zonder bedoeling [ZND 34 (1940)] III-1-4
zool van een schoen lap: lap (Eisden) zool van een schoen [N 24 (1964)] III-1-3
zoom zoom: zǫwm (Eisden) De omgeslagen en vastgenaaide rand aan een stuk weefsel of een kledingstuk. Volgens Het Beste Naaiboek (pag. 290) zijn er drie soorten zomen: de omgeslagen zoom, de valse zoom en de apart aangezette zoom. Zie afb. 38. [N 62, 14a; L 8, 126; Gi 1.IV, 15; MW; S 46; monogr.] II-7
zoom in de huif schuif: šȳf (Eisden) Open zoom in de huif, waardoor een koord loopt waarmee men de huif kan vastsjorren. [N 17, 75] I-13
zuinig scherp: ē is sū šeͅrp (Eisden) Hij is zo spaarzaam (nauwziend, hij houdt het bijeen, en andere uidrukkingen met dezelfde betekenis). [ZND 07 (1924)] III-3-1
zuiveren navuilen: navuilen (Eisden) Afscheiding blijven geven na het kalven, gezegd van de koe. [N 3A, 58] I-11
zuring, groente surelle: sureͅl (Eisden) Zuring, zurkel als groente gekweekt [Goossens 1b (1960)] I-7