e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Genk

Overzicht

Gevonden: 4982

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
aanspanningspunt, kam van de eg klink: klę.ŋk (Genk), ring: rę.ŋk (Genk) Het vooreinde, de kam of een ander onderdeel van de eg, waaraan de egketting of de trekhaak daarvan bevestigd wordt. Zie de afb. 57 en 58. [JG 1a + 1b add.; N 11A, 156a + b; monogr.] I-2
aanstaan gaden: dat zal heͅm gojə (Genk), hoeks zijn: huks ˲zęn (Genk) Dat zal hem gaden (bevallen, aanstaan). [ZND 35 (1941)] || Gezegd van de hoeken van een bouwwerk, wanneer deze na het uitmeten definitief vastgesteld zijn. In Q 83 werd de term 'aanstaan' in een iets andere betekenis gebruikt. Zodra de muren van een huis in aanbouw een eerste maal gemetseld waren en het grondplan zodoende vastlag, werden de uitzetplanken verwijderd. Men zei dan dat het huis 'aanstond'. [N 31, 10a; monogr.] II-9, III-1-4
aansteker aansteker: aansteker (Genk  [(Winterslag / Waterschei)]   [Zwartberg, Waterschei]) Inrichting voor het ontsteken van een veiligheidslamp. Al naar gelang het fabrikaat van de lamp, worden verschillende soorten aanstekers toegepast. Bij de veiligheidslamp van Wolf bijvoorbeeld wordt een systeem gebruikt waarbij van fosfor voorziene stroken tot ontbranding worden gebracht. Andere lampen werken met vuursteentjes die door middel van een aan de onderzijde van de lamp aangebrachte draaiknop vonken voortbrengen (Heise/Herbst pag. 122-123). [N 95, 246; monogr.] II-5
aansteller iemand die zich aanstelt: iemand die zich aanstelt (Genk) zich aanstellen [N 102 (1998)] III-3-1
aanvliegen aanzetten: ǭnzętǝ (Genk) Het zich neerzetten van de zwerm, nadat hij enige tijd gezwermd heeft. [N 63, 34a; N 63, 35] II-6
aanvoerband meco pilier: meco pilier (Genk  [(Winterslag / Waterschei)]   [Zwartberg, Waterschei]) Bandtransporteur voor de aanvoer van materialen. Het woordtype "h.t." (L 265, Q 33 ) is een afkorting voor houttoevoer(band). [N 95, 636] II-5
aanwassen op de tanden haken: hek (Genk) Knobbelvormige aanwassen op de tanden. Als de wrijfvlakken van de beneden- en bovenkaak elkaar niet geheel dekken, ontstaan door de ongelijkmatige afslijting scherpe haken op de hoektanden. Zij komen vooral voor vanaf zevenjarige leeftijd en ontwikkelen zich het sterkst als het paard negen jaar oud is. [JG 1b, 1c, 2c; N 8, 91] I-9
aanzetsteen eerste brik: īrstǝ brīk (Genk) De eerste steen aan elk van de uiteinden van een boog. [N 32, 19c; monogr.] II-9
aanzetten aanzetten: ǭnzętǝn (Genk) Het toenemen van de raat of het groeien van het was na het begin. [N 63, 16b; N 63, 16c] II-6
aap aap: āāp (Genk), nən aop (Genk), oap (Genk) Aap. [Willems (1885)], [ZND 32 (1939)] III-3-2