e-WLD begrippen 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 1

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
soepketeltje bidon: bedong (Eksel), bedoͅn (Rosmeer), bedông (Kinrooi), bidoŋ (Tongeren), bədoŋ (Tongeren, ... ), bədoəŋ (Hoepertingen), bədoͅn (Peer), bədoͅŋ (Peer), perdon (Echt/Gebroek), pərdōͅn (Bocholt), pərdoͅn (Kaulille), m.  bədoͅŋ (Achel, ... ), m. mv. b\\d#u]s  bədoͅuŋ (Borgloon), man. mv. ~s  bədoͅu̯ŋ (Wellen), bidonnetje: bədøŋskə (Tongeren), bətoͅnəʔə (Kwaadmechelen), blik: bleik (Buchten), blèè.k (Waubach), bommel: boͅməl (Peer), eetketeltje: aetkaetelke (Sittard), eetmarmiet: v.  iətmərmet (Hasselt), etensketel: ééteskéétel (Milsbeek, ... ), etensketeltje: aeteskaetelke (Herten (bij Roermond), ... ), aitesketelke (Maasniel), eteskieetelke (Thorn), eteskètelke (Middelaar), èteskaetelke (Swalmen), èteskittelke (Meijel), gamel: gamel (Eksel), gamɛl (Lanklaar), gemmel (Eksel), nadruk optweede lettergreep  gamɛl (Hoeselt), grèle: grul (Gronsveld), hengelketeltje: de vraag wordt gesteld of dit vroeger niet marmiet werd genoemd? (zie vraag7)  hingelkaetelke (Tegelen), henkelmann (d.): hinkeman (Heythuysen), inkeman (Limbricht, ... ), deze pannetjes komen niet veel meer voor, ze worden antiek  inkelman (Roermond), kan: kan (Roosteren), kannetje: kɛnəkə (Hamont), kasserol: kascherol (Puth), kasserolletje: kasserölke (Sint-Pieter), ketel: kéétel (Roermond), keteltje: kaetelke (Sittard), kētəlkə (Hasselt), kitəlkə (Maaseik, ... ), daartoe gebruikt men een keteltje  kjeͅtəlkə (Zichen-Zussen-Bolder), koffietuit: koͅfity(3)̄t (Smeermaas), maatje: meutsje (Oost-Maarland), møtšə (Val-Meer), marmiet: marmet (Beringen), marmēt (Neerharen), marmeͅt (Gelieren/Bret, ... ), marmiet (Heerlen, ... ), marmit (Lommel, ... ), marmít (Ulestraten), marəmet (Beverlo), mermiet (Eijsden, ... ), merremet (Wijk), mərmēi̯t (Rotem), ander woord niet bekend  marmet (Waterloos), daartoe gebruikt men een keteltje  marmit (Zichen-Zussen-Bolder), marmet keteltje met hengsel en sluitend dekseltje  marmit (Stokkem), niet van blik maar geemailleerd  marmiet (Brunssum), St. P.  merremit (Sint-Pieter), voor koffie of thee  marmiet (Heerlen), vr.  mərmit (Mechelen-aan-de-Maas), marmietje: marmetəʔə (Kwaadmechelen), marmitsje (Rothem, ... ), marəmɛtəkə (Beringen), mārmitšə (Genk), mermietje (Sittard), mərmetšə (Wellen), mərmitšə (Lanklaar), mərmit⁄ə (Opheers), melkketeltje: mölkkiêtelke (Bree), melktuitje: zie tekening bij vraag 16 dat dunze ien het melktötje  melktötje (Oirlo), miet: miet (Hoensbroek, ... ), miette-jonge: vroeger werd er door arme mensen van kaalheide eten gehaald op Rolduc deze kregen die naam  miet (Bleijerheide), mietje: mietje (Hoensbroek, ... ), noenmarmietje: nunmərmeͅtjə (Diepenbeek), ratsmarmiet: soldaten eetketeltje  ratsmarmit (Wolder/Oud-Vroenhoven), soepketeltje: soepkätelke (Heerlen), sopketelke (Grathem), sopkiêtelke (Bree), soepmarmietje: mv.s#pm@rmet\\k\\s  soͅpmeͅrmetəkə (Halen), teil: teͅi̯l (Niel-bij-St.-Truiden), tuit: tøi̯t (Tongeren), tøͅi̯t (Tongeren), tuitje: tei̯tšə (Bree), tuitje (Echt/Gebroek, ... ), tuitsche (Schimmert), veldkannetje: veldkenke (Tegelen), veldketeltje: vɛltkētəlkən (Lommel) keteltje van blik waarin men melk, soep e.d. naar de arbeiders in het veld brengt (perdons) [N 20 (zj)] III-2-1