e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Altweert

Overzicht

Gevonden: 1278
BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
lantaarn lantaarn: lantēͅr (Altweert), lucht: løxt (Altweert) lantaarn III-2-1
lastig (werken) lastig: lastig (Altweert) lastig III-1-4
lastig zijn complimenten hebben: komplemênte hebbe (Altweert) lastig, onhandelbaar zijn III-1-4
lat lat: lat (Altweert) In het algemeen een gezaagde strook hout met geringe breedte en dikte. [N 50, 73e; N 50, 74a; monogr.] II-12
laurierboompje laurier: loureer (Altweert) laurier III-2-1
leegloper leegloper: lieëgluiper (Altweert) werkschuw persoon III-1-4
leeuwenbek gaaplepel: gaaplieëpel (Altweert) leeuwebekje III-4-3
leidekker leiendekker: lɛjǝndękǝr (Altweert) De man die daken van huizen, kerken en torens met leien dekt. Zie ook het lemma 'Daklei'. [N 64, 137e; N 30, 3e; monogr.; div.] II-9
lelie (lilium) doodsbloem: doeëtsbloom (Altweert) witte lelie III-2-1
lente, voorjaar lente: (meervoud: lîntjes).  lîntje (Altweert) voorjaar, lente III-4-4