| 18957 |
gluiperd |
judas:
jŭŭdàs (L417p As),
kattin:
(vrouwelijk).
kattin (L417p As),
valserik:
valserik (L417p As)
|
een gluiperig, niet eerlijk persoon [gluiperd, luiperd, kattin] [N 85 (1981)] || gluiperd [ZND 01 (1922)]
III-1-4
|
| 18956 |
gluiperig |
onbetrouwbaar:
ónbetrówbaar (L417p As),
schijnheilig:
sji-jnhèjlig (L417p As),
verraderlijk:
verraoderlik (L417p As)
|
huichelachtig, op bedekte wijze, niet open, niet eerlijk [gluips, gluiperig, slinks, wenslinks] [N 85 (1981)]
III-1-4
|
| 23890 |
godsdienstonderricht op zondag |
catechismus van volharding:
katechismis van volharding (L417p As)
|
Het godsdienstonderricht dat vroeger op zondagmiddag vóór het lof (d.w.z. van 14.30 tot 15.00 uur) werd gegeven aan jongeren die van school af waren). [N 96D (1989)]
III-3-3
|
| 23426 |
godslamp |
godslamp:
godslamp (L417p As)
|
De godslamp, de altijd brandende olielamp vóór het tabernakel van het hoofdaltaar of sacramentsaltaar [gods-, gôds-, gaods-, godeslamp]. [N 96A (1989)]
III-3-3
|
| 28125 |
goed dak |
massief dak:
masif dāk (L417p As
[(Zwartberg / Waterschei)]
[Oranje-Nassau I, Oranje-Nassau II, Oranje-Nassau III, Oranje-Nassau IV])
|
Een goed dak laat bij het afkloppen een scherpe, helle klank horen. Het bestaat uit vaste steen. [N 95, 890]
II-5
|
| 19237 |
goed opschieten met zijn werk |
avanceren:
àvəséére (L417p As),
get eraan doen:
get draan doon (L417p As)
|
goed opschieten met zijn werk [plakken] [N 85 (1981)]
III-1-4
|
| 21959 |
goed voederen |
goed voederen:
goot voore (L417p As)
|
Hoe heet verder in Uw dialect: goed voederen? [N 93 (1983)]
III-3-2
|
| 19834 |
goede kamer, ontvangkamer |
kamer:
kāmər (L417p As)
|
ontvangkamer [ZND 12 (1926)]
III-2-1
|
| 19102 |
goedheid |
goedheid:
ook materiaal znd 24, 20
goodhit (L417p As),
goedigheid:
Det minske is de gotigheid in persuun
gotigheid (L417p As)
|
goedheid [ZND 01 (1922)]
III-1-4
|
| 21326 |
goedkoop |
goedkoop:
goodkoup (L417p As)
|
goedkoop [ZND 01 (1922)]
III-3-1
|