e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=As

Overzicht

Gevonden: 5248
BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
zwerm zwerm: zwɛ.rǝm (As), zwɛrm (As) Het geheel van bijen met koningin dat de korf of kast verlaat. Een zwerm bestaat doorgaans uit een koningin, 10- tot 20-duizend werkbijen en een paar honderd darren. Zij zullen een nieuwe woning gaan zoeken. [N 63, 29d; S 3; L 1a-m; JG 1a+1b; Ge 37, 100; A 9, 6; monogr.] II-6
zwerm vogels trek: trék (As), zwerm: zwērm (As) groep bijeenhorende vogels (vlucht, klamp, krooi) [N 83 (1981)] || zwerm [Willems (1885)] III-4-1
zwermen zwermen: zwɛrmǝ (As) Het verlaten van korf of kast van een deel van het bijenvolk onder aanvoering van een koningin. Zij gaat een nieuw volk vormen. Een dag of acht, negen, voordat de nieuwe moer of koningin uit de koninginnecel komt, verdwijnt de oude moer met een deel van het volk. De moer wordt door de werkbijen wat meer voor het vliegen geschikt gemaakt door haar enorme legtempo wat te temperen. Dit doen ze door het eiwitrijke voedsel, dat de moer anders krijgt, wat te minderen. Het zware achterlijf slinkt dan in en de moer krijgt krachten om de vleugels te kunnen uitslaan of anders gezegd om te kunnen zwermen. [N 63, 29a; S 3; L 1a-m; JG 1a+1b; Ge 37, 99; monogr.] II-6
zweten zweten: gezwet (As) wij hebben daar gezweet [ZND 08 (1925)] III-1-2
zweven planeren: planeren (As), zweven: zweevə (As), zweven (As) Hoe benoemt U allerlei vormen van vliegen: zweven, planeren? [N 93 (1983)] III-3-2
zwijgen zwijgen: ich zal maar zwiegen (As) Ik zal maar zwijgen. [ZND 08 (1925)] III-3-1
zwoegen ezelen: dèè wuiver(d) hèèt zee lève langk zitten iêzele, tot det hèè d¯r bi-j nèèrgevallen is  iêzele (As), juisteren: en alti-jd juistere en geldsj oppotte; cf. WNT VII-1 kol. 524 s.v. "juisteren"; zie ook kol 565 s.v. "justeeren - juisteeren  juistere (As), moeite doen: mōte doon (As), moren: maore (As), poejakken: Mânleef, vèè höbbe nogal mote pûzjakke viêr op ti-jd kloar te zeen  pûzjakke (As), poken: pōēke (As), wolven: wòwve (As), wroetelen: vrētele (As), wroeten: ich heb mooten vreeten (As), vrēte (As), zich afsloffen: zich aafslóffe (As), zich weren: zich wīēre (As) hard werken [zwoegen, wroeten, adammen, muiken, ploeteren, trimmen, porren] [N 85 (1981)] || Ik heb moeten zwoegen. [ZND 08 (1925)] || reg. ww. van het Barg. piezakken: stevig doorwerken || slaven, zwoegen || zeer hard werken || zich bijzonder inspannen, erg veel moeite doen [zich weren, zich uitsloven, weerbieden] [N 85 (1981)] III-1-4
zwoord zwaard: zwaars (As), zwārs (As), verkl. zwèèrske Dich höbs ziêker zwaars achter di-jn ure: ben je soms doof Hèè hauw zi=jn hoar tot oppe zwaars(schedel) loate knippe(of sni-je)  zwaars (As) zwoerd [Goossens 1c (1955b)] || zwoerd (harde rand van een snede spek) [ZND 08 (1925)] III-2-3