| 18351 |
lakschoen |
lakschoen:
laksjeun (Q019p Beek)
|
lakschoenen [gelakkerde sjeun] [N 24 (1964)]
III-1-3
|
| 18147 |
lam |
lam:
lamp (Q019p Beek),
lammetje:
lɛmkǝ (Q019p Beek),
schaapje:
šøpkǝ (Q019p Beek),
šø̜pkǝ (Q019p Beek)
|
Jong van het schaap in het algemeen. Zie afbeelding 5. [N 70, 3; R 3, 36; S 20; Wi 5; Wi 12; L 20, 22c; L 6, 25; L 1a-m; JG 1a, 1b; AGV, m 3; A 2, 45; A 2, 1; A 4, 22c; Vld.; monogr.]
I-12
|
| 33640 |
landerijen |
land:
lant (Q019p Beek)
|
Het geheel van bebouwde akkers, weilanden en velden, behorend bij een boerderij. [N 6, 33a; N 5A, 76d; A 10, 3; A 11, 4; A 20, 1b; JG 1b, 1d; L 37, 11a; L 38, 23; L 44, 27; Vld.; monogr.]
I-8
|
| 32822 |
landrol |
wel:
wɛl (Q019p Beek)
|
De vroeger houten, later ijzeren rol om aard-kluiten van geploegd land te breken, de akker vlak te maken, het zaad in de aarde vast te drukken, enz. Zie afb. 81 en 82. [JG 1a + 1b; N 11, 86; N 11A, 183 + 185; N J, 10 add.; N P, 20 add.; A 40, 9; monogr.]
I-2
|
| 24917 |
landstreek |
streek:
sjtreek (Q019p Beek)
|
landstreek, gebied dat door bijv. tradities, landschap, taal enz een zekere eenheid vormt [contrei, streek, strom] [N 81 (1980)]
III-4-4
|
| 18329 |
lang schortlint |
binder:
bingers (Q019p Beek)
|
linten, lange ~ of banden waarmee een voorschoot om het middel wordt geknoopt [binders] [N 24 (1964)]
III-1-3
|
| 29987 |
lange bouwladder |
lange ledder:
laŋ lø̜dǝr (Q019p Beek),
steigerledder:
[steiger]lø̜dǝr (Q019p Beek),
stellingledder:
[stelling]lø̜dǝr (Q019p Beek)
|
Ladder waarmee de eerste of tweede verdieping van een steiger bereikt kan worden. In het eerste geval is de ladder doorgaans 4 m lang, wanneer de ladder tot de tweede verdieping reikt, 7 tot 8 m. Bouwladders onderscheiden zich van andere ladders doordat zij meestal van rond steigerhout vervaardigd zijn. De sporten van een bouwladder zijn in het rondhout ingekeept en met draadnagels vastgezet. [N 32, 9a; monogr.]
II-9
|
| 18286 |
lange broek |
pantalon (fr.):
péntelon (Q019p Beek)
|
pantalon, lange broek [N 23 (1964)]
III-1-3
|
| 17610 |
lange neus |
lange neus:
n lang naas (Q019p Beek)
|
neus, Een lange ~ (fokker, domphoren, vonk). [N 84 (1981)]
III-1-1
|
| 18599 |
lange onderbroek? |
lange onderbroek:
lang ongerbrook (Q019p Beek),
onderbroek:
óngerbrook (Q019p Beek)
|
Lange onderbroek voor mannen. [DC 62 (1987)] || onderbroek, lange ~ [N 25 (1964)]
III-1-3
|