| 33182 |
inleggen (in een voor) |
inleggen:
enlęgǝ (K358p Beringen),
inzetten:
enzętǝ (K358p Beringen),
zetten:
zętǝ (K358p Beringen)
|
Voor de fonetische documentatie van de typen poten en planten zie het lemma Poten; het verspreidingsgebied van zetten in dit lemma komt niet overeen met dat in het lemma Poten; het type is hier dan ook gedocumenteerd. [N 12, 11; JG 1a, 1b; monogr.]
I-5
|
| 19524 |
inmaakpot |
kroeg:
voor melk of bonen etc.
krōx (K358p Beringen)
|
pot, stenen ~; inventarisatie benamingen voor grote ~~ voor bijv. zuurkool e.d., kleinere ~~ voor boter, eieren e.d. (pijppot, timperpot); betekenis/uitspraak [N 20 (zj)]
III-2-1
|
| 25607 |
inschieten |
inschieten:
inschieten (K358p Beringen)
|
Het deegbrood in de oven plaatsen. Een bij het werkwoord opgegeven object "brood", "deeg" e.d. wordt niet gedocumenteerd evenmin de bepaling "in de oven". [N 29, 45a; L 40, 13b; N 29, 30b; monogr.; OB 2, 2d]
II-1
|
| 25236 |
inslaan, van de bliksem gezegd |
inslaan:
ensləm (K358p Beringen),
inslaan.
enslən (K358p Beringen)
|
inslaan, gezegd van de bliksem [afvellen] [N 22 (1963)]
III-4-4
|
| 34001 |
inspannen |
inspannen:
e.nspanǝ (K358p Beringen)
|
Het opgetuigde paard voor een kar met berries spannen. Men plaatst het tussen de berries, waaraan de draagriem, de brede buikriem, en de strengen worden vastgemaakt. Voor andere voer- en landbouwwerktuigen wordt het paard niet in- maar aangespannen. De term inspannen werd echter ook enkele keren in de hier behandelde betekenis opgegeven. [JG 1b; N 8, 98a; RND 74]
I-10
|
| 20827 |
inzouten |
zouten:
zate (K358p Beringen)
|
zouten [ZND 08 (1925)]
III-2-3
|
| 21562 |
italiaan |
italiaan:
da des nen Italiaan (K358p Beringen),
das nen Iteljaan (K358p Beringen)
|
Dat is een Italiaan. [ZND 36 (1941)]
III-3-1
|
| 34074 |
jaarring |
jaarring:
(mv)
jǭreŋǝ (K358p Beringen),
ring:
reŋk (K358p Beringen)
|
Jaarlijkse ringvormige verdikking aan de hoorns. [N 3A, 106b]
I-11
|
| 18705 |
jacquetjak |
jacquetjasje (<fr.):
žakeͅtjaskə (K358p Beringen),
jakje:
jäkskə (K358p Beringen)
|
jak in jacquetvorm [seketjek] [N 23 (1964)]
III-1-3
|
| 18566 |
jacquetpak |
jacquet (<fr.):
žḁket (K358p Beringen)
|
jacquetkostuum, bestaande uit zwarte slipjas, vest en gestreepte broek [sjeket, seket] [N 23 (1964)]
III-1-3
|