| 34153 |
niet behouden |
niet behouden:
nēt bǝhaldǝ (L269p Blerick),
omgelopen:
ømgǝlǫu̯pǝ (L269p Blerick)
|
Niet bevrucht. De koe wordt drie weken na de dekking weer tochtig. [N 3A, 32b]
I-11
|
| 24716 |
niet gedijen |
geen aard (hebben):
genne aord höbbe (L269p Blerick)
|
Niet goed groeien, gezegd van planten (niet tieren, niet aarden). [N 82 (1981)]
III-4-3
|
| 25391 |
niet goed gebroeid |
verbrand:
vǝrbrant (L269p Blerick)
|
Als men bij het broeien te veel of te heet water gebruikt, is het effect averechts: de haren blijven dan erg vast op de huid zitten en laten zich niet gemakkelijk verwijderen. Opgaven als ''het varken is verbranden de huid is verbrand'' zijn versmolten tot één type "verbrand".' [N 28, 23; monogr.]
II-1
|
| 21654 |
niet gunnen |
ophouden:
opgehalde (L269p Blerick)
|
ze wordt niet gegund, i.v.m. de openbare verkoping van b.v. een boerderij [de boerderij is opgehouden?] [N 21 (1963)]
III-3-1
|
| 25386 |
niet meteen leegbloeden |
niet uitgebloed:
nēt ūtgǝblō.jt (L269p Blerick),
zich schrikken:
(het varken) sxrɛk zex (L269p Blerick)
|
Soms bloedt een varken niet meteen leeg. omdat het niet goed gestoken is. Gevraagd was naar een uitdrukking voor dit niet meteen leegbloeden. Dit heeft voor het lemma tot gevolg gehad, dat er verschillende grammaticale categorieën te weten werkwoorden, zelfstandige en bijvoeglijke naamwoorden, voltooide deelwoorden en zinnetjes in voorkomen. Bij een aantal woordtypen is het varken het subject, bij andere is subject de slachter en bij de overige woordtypen is subject het bloed, de ader of het hart. Deze verdeling is in het lemma aangebracht. [N 28, 15; monogr.]
II-1
|
| 20167 |
niet zindelijk |
nog niet proper:
nog neet praoper (L269p Blerick)
|
onzindelijk; de aandrang der natuurlijke behoeften niet beheersend; onzindelijk, gezegd van kinderen [N 86 (1981)]
III-2-2
|
| 25172 |
nieuwe maan |
donkere maan:
donkere moan (L269p Blerick),
nieuwe maan:
nieje maon (L269p Blerick)
|
maan [donkere ~] [SGV (1914)] || schijngestalte van de maan: nieuwe maan [donkere maan] [N 81 (1980)]
III-4-4
|
| 19052 |
nieuws |
nies:
nies (L269p Blerick),
nieuws:
nies (L269p Blerick)
|
nieuws [SGV (1914)]
III-1-4, III-3-1
|
| 19010 |
nieuwsgierig |
nieuwsgierig:
nieschèrig (L269p Blerick),
niesgierəg (L269p Blerick)
|
nieuwsgierig [SGV (1914)] || nieuwsgierig, benieuwd: die vrouw is erg - [DC 16 (1948)]
III-1-4
|
| 17724 |
nieuwsgierig kijken |
nieuwsgierig kijken:
niejsgierig kieke (L269p Blerick),
spinzen:
spienze (L269p Blerick)
|
kijken: nieuwsgierig kijken [blieke, spitsmoele] [N 10 (1961)]
III-1-1
|