| 18134 |
snijwonde |
krap:
krab (L317p Bocholt),
krets:
krets (L317p Bocholt),
sleuf:
WNT: sleuf (I), 1) Smalle, gewoonlijk tamelijk lange groef of uitholling, gleuf.
sleuf (L317p Bocholt),
snee:
snaej (L317p Bocholt),
snēj (L317p Bocholt)
|
snede (insnijding) in de vinger [ZND m] || Snijwond: door snijden veroorzaakte wond (snee, krab, krets, vats, sleuf, kreeuw, vil, slip). [N 107 (2001)]
III-1-2
|
| 19040 |
snikken |
makken:
makə (L317p Bocholt)
|
snikken [snoffe] [N 10 (1961)]
III-1-4
|
| 20798 |
snoep |
spek:
spek (L317p Bocholt)
|
enigszins sponsachtig en op doorregen spek gelijkend snoepgoed
III-2-3
|
| 20887 |
snoeper |
leknaas:
leknaas (L317p Bocholt),
leknut:
leknût (L317p Bocholt)
|
snoeper
III-2-3
|
| 20549 |
snoepgoed |
slok:
Ze kochte zich ein grute tût slòk
slòk (L317p Bocholt)
|
snoep
III-2-3
|
| 20550 |
snoepje |
babbeltje:
Oppe merret kocht ze zich e ti-jt-sje babbelsjes
babbelsje (L317p Bocholt),
muilentrekker:
Mûletrèkkers zeen waal ins hartelik en uich zeen ze good tiêge kalkaanslag op èè gebeet
mûletrèkker (L317p Bocholt)
|
meestal bolvormig suikeren of zuur snoepje || soort zure snoepjes
III-2-3
|
| 33996 |
snoer |
snoer:
snōr (L317p Bocholt)
|
Bewegend deel van de zweep dat aan de steel bevestigd is. Een aantal informanten verdeelt het snoer nog in een onderste gedeelte dat aan de stok bevestigd is, en een dunner (gevlochten) gedeelte, waaraan de kletsoor bevestigd is. De benamingen die met zekerheid refereren aan dat dunnere gedeelte, worden apart vermeld. [N 13, 95b; S 47; R 14, 20; monogr.]
I-10
|
| 22472 |
snorrepijp |
snor:
snór (L317p Bocholt)
|
het zelfgemaakte speelgoed bestaande uit een stukje karton of een dun plankje dat de kinderen snel ronddraaien en dat een snorrend geluid kan maken [snorrebot, hor, snorrepijp] [N 112 (2006)]
III-3-2
|
| 34510 |
snot |
snot:
snǫt (L317p Bocholt)
|
Coryza avium contagiosa of snot is een verkoudheid, gepaard gaande met neusvloeiing. De kippen hebben zwarte natte neuzen, ze niezen en de ademhaling kan bemoeilijkt zijn. De ogen zijn vochtig; de leg is teruggelopen en de eetlust is verminderd. Snot als alleenstaande ziekte is niet zo ernstig, meestal gaat snot gepaard met andere ademhalingsziekten. [N 19, 64; monogr.]
I-12
|
| 18025 |
snottebel |
snotterbel:
snu(ə)tərbeͅl (L317p Bocholt)
|
neus: snottebel [snotkeekel, snotkikkel, snotkiekje, snotneus, snottebrel] [N 10 (1961)]
III-1-2
|