| 18609 |
nachthemd |
pyjama {piama}:
pi.žəma (Q156p Borgloon),
slaaphemd:
slōͅphi.mə (Q156p Borgloon),
slōͅphimə (Q156p Borgloon)
|
nachthemd [N 25 (1964)]
III-1-3
|
| 18608 |
nachtjapon |
slaapkleed:
slōͅpklēit (Q156p Borgloon),
slōͅpkleͅit (Q156p Borgloon)
|
nachtjapon [nachtpon, bedjak, nachtjak, jak] [N 25 (1964)]
III-1-3
|
| 18607 |
nachtkleren |
nachtgoed:
nāxoͅut (Q156p Borgloon),
slaapkleren:
slōͅpklēiər (Q156p Borgloon)
|
nachtkleding in het algemeen [t naachtdinge] [N 25 (1964)]
III-1-3
|
| 17842 |
nachtmerrie |
maar:
môr (Q156p Borgloon)
|
nachtmerrie [ZND m]
III-1-2
|
| 18660 |
nachtpak |
valgaar:
valgoar (Q156p Borgloon)
|
nachtpak, overall-achtig ~ met een klep aan de achterkant [hansop] [N 25 (1964)]
III-1-3
|
| 24214 |
nachtzwaluw |
nachtzwalver:
Frings
nāxsweͅləvər (Q156p Borgloon)
|
nachtzwaluw (27 vrij zeldzame zomervogel; meest op de hei; bruin met allerlei streepjes en vlekjes; overdag onvindbaar; maakt geen nest; roep ratelend [errrrrr-orrrrr] [N 09 (1961)]
III-4-1
|
| 34179 |
nageboorte van de koe |
bed:
bęt (Q156p Borgloon),
bɛt (Q156p Borgloon)
|
[N 3A, 57a; JG 1a, 1b; A 33, 19b; monogr.]
I-11
|
| 17770 |
nagel |
nagel:
nī.gəl (Q156p Borgloon),
nō.gəl (Q156p Borgloon)
|
[ZND 30 (1939)]nagel [ZND m]
III-1-1
|
| 25410 |
nagels verwijderen |
tenen uittrekken:
tęjnǝ ǭttrękǝ (Q156p Borgloon)
|
De nagels worden meestal afgetrokken met de haak die aan de bovenkant van de krabber zit. Men kapt of snijdt ze ook wel af of wringt ze met de hand af. Alvorens de nagels te verwijderen houdt men ze in heet, zelfs kokend water. [N 28, 35; monogr.]
II-1
|
| 32986 |
nagewas |
navrucht:
nōǝvrø̜i̯.x (Q156p Borgloon
[(verdwijnt door de bietenteelt)]
)
|
Het tweede gewas dat op een veld wordt geteeld nadat men er eerder al geoogst heeft. Bamis is een verkorting van ''Bavo-mis'', ofwel 1 oktober, feest van Sint Bavo; het heeft dan ook de betekenis van "herfst". Vergelijk het lemma ''zaaien, van nagewas'' (2.3). [JG 1a, 1b; monogr.]
I-4
|