| 18697 |
losse linnen halsboord |
stijve col (fr.):
stēͅvə koͅl (P218p Borlo)
|
halsboord, losse linnen ~ [beurdje, hemdsband] [N 23 (1964)]
III-1-3
|
| 18699 |
losse manchet |
losse manchet:
loͅsə maxeͅt (P218p Borlo)
|
manchet, los [hemdsband, toet] [N 23 (1964)]
III-1-3
|
| 33395 |
losse voerbak in de varkenswei |
voederbak:
vui̯ǝrbak (P218p Borlo)
|
Gewoonlijk worden de varkens binnen gevoerd. Soms echter gebruikte men een losse voerbak voor buiten, in de varkenswei; over deze laatste bak gaat het in dit lemma. Zie voor de fonetische documentatie van (trog) het lemma "varkenstrog" (2.4.3). [N 5A, 61b]
I-6
|
| 33365 |
losse voerbak voor runderen |
trog:
trox (P218p Borlo)
|
Een losse bak of kuip waarin men het voer aan de koeien voorzet. Bedoeld wordt een bak waar meer dan één rund uit eet (en soms ook drinkt). Waar deze draagbare en ouderwetse bak niet (meer) bekend is, werden benamingen voor de vaste voerbak opgegeven (krib, trog en hun samenstellingen). Oorspronkelijk diende de krib voor het droge voedsel voor runderen en paarden en de trog voor het natte voedsel voor de varkens, maar in de praktijk lopen de termen dooreen. Sommige opgaven betreffen mogelijk ook het vak voor één koe van de in vakken verdeelde voerbak. Vergelijk de lemmata "voer- en drinkgoot" (2.2.14) en "vaste voer- en drink- en voerbak, krib" (2.2.15). [N 5A, 37c; N 18, 130; monogr.]
I-6
|
| 18317 |
losse zak onder de rok |
maal:
mōal (P218p Borlo)
|
tas, losse ~, zak of buidel die onder de rok wordt gedragen [N 24 (1964)]
III-1-3
|
| 19619 |
lucifer |
kretsje:
krɛtskə (P218p Borlo, ...
P218p Borlo,
P218p Borlo,
P218p Borlo),
kretsstekje:
krɛtsstɛ̄kskə (P218p Borlo, ...
P218p Borlo,
P218p Borlo,
P218p Borlo),
stekje:
stɛkskə (P218p Borlo, ...
P218p Borlo,
P218p Borlo)
|
lucifer [ZND 01 (1922)], [ZND 01 (1922)], [ZND 16 (1934)]
III-2-1
|
| 21346 |
lui (lieden) |
mensen:
minsə (P218p Borlo, ...
P218p Borlo)
|
mensen [RND] || volk [RND]
III-3-1
|
| 18878 |
luid schreien |
janken:
ook materiaal znd 28, 53
janken (P218p Borlo)
|
luid schreien, krijten [ZND 01 (1922)]
III-1-4
|
| 20478 |
luier |
pisdoek:
pesduk (P218p Borlo)
|
luier [winjel, luur, kindsdoek, pisdoek, huik] [N 25 (1964)]
III-2-2
|
| 20281 |
luiermand |
kindkorf:
kindkorf (P218p Borlo),
luierbanst:
luierbaas (P218p Borlo)
|
korf of mand waarin de doeken of luiers van de kleine kinderen wordt bewaard? [ZND 37 (1941)]
III-2-2
|