| 18193 |
jas: algemeen |
frak:
fra.k (P218p Borlo),
jas:
ja.s (P218p Borlo, ...
P218p Borlo),
paletot (fr.):
pa.ltou (P218p Borlo)
|
jak; inventarisatie overige soorten; betekenis/uitspraak [N 23 (1964)] || jas in het algemeen [kölder, frak, palleto, rok, pit, kazak] [N 23 (1964)]
III-1-3
|
| 18704 |
jasje van het mantelpak |
jasje:
ja.skə (P218p Borlo)
|
jasje van het mantelpak [N 23 (1964)]
III-1-3
|
| 18326 |
jasschort |
cache-poussire (fr.):
cache-poussière (fr.)
kaXpuXēr (P218p Borlo)
|
schort die aan de voorkant als een jas wordt dichtgeknopt [N 24 (1964)]
III-1-3
|
| 21914 |
jong dat pas kan vliegen |
vlug:
vløͅk (P218p Borlo)
|
Vlug jong. [Goossens 1b (1960)]
III-3-2
|
| 22027 |
jong dat pluimen begint te krijgen |
stoppelen:
stòpəls (P218p Borlo)
|
Jong dat pluimen begint te krijgen. [Goossens 1b (1960)]
III-3-2
|
| 34314 |
jong varken |
kurre:
kyrǝ (P218p Borlo),
kørǝ (P218p Borlo),
(mv)
kørǝn (P218p Borlo),
kurretje:
kørǝkǝ (P218p Borlo)
|
Jong varken in het algemeen. [N 19, 3; N C, add.; L 1a-m; L 3, 2b; L 37, 49a; NE I.12; NE 2.I.9; JG 1a, 1b, 2c; AGV KI; S 3; RND 46 en 84; Vld.; Wi 51; Gwn 5, 12; monogr.]
I-12
|
| 34551 |
jonge gans |
jonge gans:
juŋ gās (P218p Borlo)
|
De benamingen in dit lemma duiden in het algemeen op een jonge gans. In vraag A 6, 5c werd gevraagd naar de dialectbenamingen voor "pasgeboren ganzen". De antwoorden zijn ook in dit lemma opgenomen. Hierdoor komen er onder andere (-)kuiken-opgaven voor. [L 34, 15; JG 1a; A 6, 5c; A 2, 42; monogr.]
I-12
|
| 34481 |
jonge kip |
pul:
pø̜l (P218p Borlo)
|
Bedoeld wordt de jonge kip die bijna aan de leg is of net legt. [N 19, 40d; R 14, 23b; R 3, 39; A6, 1b; JG 1a, 1b; L 1a-m; Gwn; Vld.; S 27, add.; monogr.]
I-12
|
| 20159 |
jongen |
jong:
joeng (P218p Borlo, ...
P218p Borlo)
|
jongen (knaap) [ZND 01 (1922)] || jongen; een lamme - [ZND 29 (1938)]
III-2-2
|