| 18231 |
tong van een schoen |
tong:
tòng (L360p Bree),
tóng (L360p Bree)
|
een strookje leer tussen de kleppen van een schoen [tong, lipje] [N 86 (1981)] || Tong van de schoen. Een strookje leer tussen de kleppen van een schoen [tong, lipje] [N 114 (2002)]
III-1-3
|
| 21382 |
toonbank |
toonbank:
tuunbank (L360p Bree)
|
de winkeltafel waarop de waren worden getoond of gelegd [toog, toonbank, gaam, bank] [N 89 (1982)]
III-3-1
|
| 34588 |
toot |
staart:
start (L360p Bree)
|
Elk van de uitstekende delen van de berries (bij de hoogkar) of de bakbomen (bij de slagkar) achter aan de kar. De opgaven van de woordtypen top, stoot en stots zonder meervoudsuitgang zijn als meervoudig geïnterpreteerd wegens hun velair vocalisme. Door het ontbreken van een mogelijke enkelvoudige tegenopgave, is het echter mogelijk dat het hier om enkelvoudsopgaven gaat. Met het woordtype staart wordt het geheel aangeduid, in tegenstelling tot de andere woordtypen, waarmee elk deel afzonderlijk wordt benoemd. [N 17, 28 + 37a; N G, 59a; monogr]
I-13
|
| 23464 |
torenhaan |
t hantje van dn taore?].:
hēͅnkə oͅpən ty(3)̄rə (L360p Bree)
|
De haanvormige windwijzer boven op de torenspits [weerhaan, windhaan [N 96A (1989)]
III-3-3
|
| 23300 |
torenuurwerk |
kerkklok:
køͅrkloͅk (L360p Bree),
kerkuur:
køͅrkōr (L360p Bree)
|
Het uurwerk in de kerktoren, de torenklok [kerkklok, kerkuur?]. [N 96A (1989)]
III-3-3
|
| 24256 |
torenvalk |
valk:
valk (L360p Bree)
|
valk [Willems (1885)]
III-4-1
|
| 22025 |
tortelduif |
roosduif:
Destijds werd die vaak gehouden als middel tegen de ruus (2) [huidziekte, met koorts en achteraf schilfers].
ruusdûf (L360p Bree),
werd gehouden als middel tegen roos
ruusdûf (L360p Bree)
|
lachduif || Lachduif.
III-3-2, III-4-1
|
| 23159 |
touwtjespringen |
koordjespringen:
Sub kèèrdsje. Zie ook tuiwke.
kèèrdsje springe (L360p Bree),
touwtjespringen:
/
touwke springen (L360p Bree),
tuiwkespringe (L360p Bree),
Sub tuiw.
tuiwke springe (L360p Bree)
|
Een vooral door meisjes beoefend kinderspel. || Kinderspelletje. || touwtje springen [SND (2006)] || touwtjespringen [SND (2006)]
III-3-2
|
| 18917 |
traag |
lui:
leij (L360p Bree)
|
niet snel reagerend; langzaam in het handelen [traag, lui] [N 85 (1981)]
III-1-4
|
| 21818 |
traag praten |
zagen:
zège (L360p Bree)
|
traag praten [lijzen, zemelen] [N 87 (1981)]
III-3-1
|