| 24715 |
groeien, wassen |
groeien:
gruje (Q027p Doenrade),
wassen:
WLD
wassə (Q027p Doenrade)
|
Groeien, in grootte toenemen, gezegd van bomen, planten, bloemen (groeien, wassen). [N 82 (1981)]
III-4-3
|
| 20778 |
groente |
groente:
greúnte (Q027p Doenrade),
WLD
greuntə (Q027p Doenrade)
|
De gewassen die door mensen als voedsel worden gebruikt in het algemeen (groente, potazzie). [N 82 (1981)]
III-2-3
|
| 33503 |
groente, algemeen |
groente:
greúnte (Q027p Doenrade),
WLD
greuntə (Q027p Doenrade)
|
De gewassen die door mensen als voedsel worden gebruikt in het algemeen (groente, potazzie). [N 82 (1981)]
I-7
|
| 21328 |
groentevrouw |
mooswijf:
mouswief (Q027p Doenrade)
|
groentevrouw [SGV (1914)]
III-3-1
|
| 32985 |
groenvoer |
groenvoer:
grø̄nvōr (Q027p Doenrade)
|
De algemene benaming voor het gewas dat wordt gebruikt als voeder voor de dieren. De afzonderlijke voedergewassen worden behandeld in aflevering I.5 in de paragraaf "voedergewassen". Bij het type snijkoren wordt opgemerkt: "vroeg gezaaid koren dat in de lente als groenvoer wordt afgemaaid". Bij het type bonenkoren: "omdat erna bonen werden verbouwd"; vergelijk ook in het lemma ''masteluin'' (1.2.11), sub haverbonen. Krokken is eigenlijk voederwikke; luzerne is een klaversoort. [N 11A, 28a; N M, 14; L 48, 26; Lu 2, 26; monogr.]
I-4
|
| 22193 |
groep (duiven) |
troep:
in une trop vleege (Q027p Doenrade)
|
Hoe benoemt U allerlei vormen van vliegen: in groep vliegen? [N 93 (1983)]
III-3-2
|
| 21329 |
grof |
grof:
groaf (Q027p Doenrade)
|
grof [SGV (1914)]
III-3-1
|
| 17547 |
grof gebouwd |
grof:
gróf (Q027p Doenrade)
|
Grof gebouwd: groot, zwaar (struis, grof). [N 84 (1981)]
III-1-1
|
| 19979 |
grommen |
grommen:
grōmme (Q027p Doenrade),
ideosyncr.
grommen (Q027p Doenrade)
|
Hoe noemt u een dof, laag, grommend geluid voortbrengen, gezegd van honden (grauwelen, gronzen, grommen, grozen, grollen) [N 83 (1981)]
III-2-1
|
| 33674 |
grond, aarde |
aarde:
ē̜rt (Q027p Doenrade),
drek:
drɛk (Q027p Doenrade),
grond:
gronjtj (Q027p Doenrade)
|
De algemene benaming. [S 1, 7, 11, 42; Wi 52; R III, 5, 6, 7, 8; L A1, 150; Vld.; N 18, add.; monogr.]
I-8
|