e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Eind

Overzicht

Gevonden: 1638
BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
bodem bodem: bōm (Eind) De uit planken bestaande bodem van de bak van de kar, wagen of kruiwagen. [N 17, 23 + 45; N 18, 99; N G, 53d; JG 1a; monogr.] I-13
boeket bloemenstruis: bloômestroês (Eind), struis: stroês (Eind) ruiker III-4-3
boekweitdoppen klijen: klejǝ (Eind) Zemelen van boekweit. [JG 1b; N Q, 15; monogr.] II-3
boerenkool boerenmoes: booremoos (Eind), krulmoes: krôlmoos (Eind), slechte kool: slechte kuuël (Eind) boerenkool I-7
boerenwormkruid wormzaad: geneeskrachtig  wôrremzaot (Eind) wormkruid III-4-3
boerenzwaluw, zwaluw zwalf: zwallef (Eind) boerenzwaluw III-4-1
bok van het rijtuig schei: sxęi̯ (Eind) Zitplaats voor de koetsier of de voerman. Alleen bij het rijtuig vormt de bok een vast onderdeel. Bij de kar en de wagen wordt soms een plank tussen de berries gelegd die als ge√Ømproviseerde zitplaats dient. Uit vragenlijst N 101, waar gevraagd werd naar de zitplaats van de voerman van een rijtuig, kwamen vrijwel uitsluitend opgaven van het type bok. [N 17, 38a-b + 40 + add; N G, 58d; N 101, 18a; monogr.] I-13
bokking bokkem: Verklw. bökkemske  bökkem (Eind) bokking III-2-3
bolderik steekneusje: oronaria tomentosa; sierplant met viltige bladeren  staeknaeske (Eind) prikneusje III-4-3
bom, spon spon: spon (Eind) De houten stop die ter afsluiting in het spongat wordt geslagen of geschroefd. Volgens de respondenten uit Gulpen (Q 203), Rothem (Q 99*) en Klimmen (Q 111) werd onder de bom eerst nog een lap gelegd. Die werd sponlap (Q 99*: šponlap) of sponlapje (Q 111: šponlɛpkǝ) genoemd. Zie ook het lemma ɛsponɛ in wld II.2, pag. 44.' [A 36, 3b; N 6, 4 add.; N E, 48a add.; L 7, 28 add.; monogr.] II-12