| 22441 |
gemaskerd persoon |
carnavalszot:
carnavalszot (L353p Eksel),
vastenavondgek:
vastenovedgek (L353p Eksel),
vastenavondsgek:
inə vàstənòvəsgɛk (L353p Eksel)
|
Een gemaskerd persoon. [ZND B1 (1940sq)] || Een persoon met een masker voor [maskeraad, mom, vastenavondsgek]. [N 88 (1982)]
III-3-2
|
| 18945 |
gemeen |
gemeen:
gemeen (L353p Eksel),
gəmīn (L353p Eksel)
|
gemeen [ZND A2 (1940sq)] || slecht, gezegd van het karakter, de aard [bedekt, laag] [N 85 (1981)]
III-1-4
|
| 21718 |
gemeentebelasting |
gemeentebelasting:
gemèntebelasting (L353p Eksel)
|
de belasting die slechts voor één gemeente of stad geldt [octrooi, binnenboek, gemeentelasten] [N 90 (1982)]
III-3-1
|
| 21712 |
gemeenteheide |
gemeentehei:
gemèntehee (L353p Eksel)
|
de gemeenteheide [aard] [N 90 (1982)]
III-3-1
|
| 21705 |
gemeentesecretaris |
secretaris:
sikretoaris (L353p Eksel)
|
het hoofd van de secretarie [administratie] van een gemeente [griffier, secretaris, sikkeltaris, sik] [N 90 (1982)]
III-3-1
|
| 18958 |
gemene vrouw |
kwaad wijf:
da is ê kwaod wief (L353p Eksel),
ros:
t is n ros (L353p Eksel),
serpent:
serpent (L353p Eksel)
|
Dat is een kwaad wijf. [ZND 08 (1925)] || een vrouw met een slecht en gemeen karakter [venijn] [N 85 (1981)] || t Is een venijn (kwaad wijf). [ZND 08 (1925)]
III-1-4
|
| 18814 |
gemoed |
gemoed:
gemoed (L353p Eksel)
|
het binnenste van de mens als zetel van zijn gevoel [moed, gemoed] [N 85 (1981)]
III-1-4
|
| 23994 |
generale absolutie |
volle aflaat:
vollen afloat (L353p Eksel)
|
Een generale absolutie, waaraan een volle aflaat is verbonden [jeneraal-abseloetsioeën]. [N 96D (1989)]
III-3-3
|
| 23981 |
generale biecht |
generale biecht:
generaal biecht (L353p Eksel)
|
Een algemene of generale biecht, vaak bij missie en retraite [jeneraalbiech]. [N 96D (1989)]
III-3-3
|
| 18165 |
genezen |
genezen:
genezen (L353p Eksel),
gənēzən (L353p Eksel)
|
genezen (ww) [ZND A1 (1940sq)] || Genezen: hersteld, beter (klaar). [N 84 (1981)]
III-1-2
|