| 22310 |
proppenschieter |
kloef:
lange oe, meervoud: kloefs
ene kloef (P186p Gelinden),
spuit:
en speut (P186p Gelinden)
|
Een klakkebus (cilindervormig kinderspeeltuig van uitgehold vlierout, waarmede een prop wordt weggeschoten). [ZND 08 (1925)]
III-3-2
|
| 19676 |
provisiekast, etenskast |
schap:
sxoͅp (P186p Gelinden),
spinde:
speͅin (P186p Gelinden)
|
een schaprade, schapraai (etenskast) [ZND 06 (1924)] || spinde [ZND 07 (1924)]
III-2-1
|
| 20911 |
pruim |
oogstpruim:
u̯əsprø̄mən (P186p Gelinden),
pruim:
praam (P186p Gelinden)
|
[ZND 10 (1925)] [ZND 34 (1940)]
I-7
|
| 18926 |
prutsen |
frutselen:
frətsələ (P186p Gelinden),
prosselen:
prousele (P186p Gelinden)
|
Frutselen (met kleinigheden bezig zijn). [ZND 35 (1941)]
III-1-4
|
| 18930 |
prutswerk |
geknoei:
waa ə geknoei (P186p Gelinden),
gesmodder:
waa ə gesmodder (P186p Gelinden)
|
Wat een geknoei (slecht en slordig werk). [ZND 35 (1941)]
III-1-4
|
| 32879 |
punt van het blad van de zeis |
bek:
bęk (P186p Gelinden),
punt:
pȳnt (P186p Gelinden)
|
De scherpe punt aan het blad van de zeis, aan het uiteinde tegenover de arend en de hak. Zie afbeelding 5, nummer 3. [N 18, 68c; JG 1a, 1b, 2c; monogr.]
I-3
|
| 22726 |
raadsel(tje) |
geraadsel(tje):
e gruessel (P186p Gelinden)
|
Een raadsel. [ZND 06 (1924)]
III-3-2
|
| 19057 |
raar, vreemd |
vreemd:
die es hē vrømp (P186p Gelinden)
|
Die is hier vreemd. [ZND 08 (1925)]
III-1-4
|
| 19224 |
raden |
geraden:
kun džə da grue (P186p Gelinden)
|
Kunt ge dat raden? [ZND 06 (1924)]
III-1-4
|
| 32189 |
radmaker |
ramaker:
ramiǝkǝr (P186p Gelinden)
|
Vakman die gespecialiseerd is in het maken van houten wielen voor karren en wagens. Reparaties aan de houten wielen konden niet alleen door de wagenmaker, maar ook door de timmerman/schrijnwerker worden uitgevoerd. Zegslieden uit de volgende plaatsen gaven dit antwoord: Paal (K 357), Neerpelt (L 312), Overpelt (L 314), Kaulille (L 316), Neeroeteren (L 368), Maaseik (L 372), Opoeteren (L 415), Meldert (P 45), Duras (P 115), Ulbeek (P 121), Hoepertingen (P 188), Waasmont (P 211), Veldwezelt (Q 91), ɛs-Herenelderen (Q 168). De metalen onderdelen voor de kar- en wagenwielen, zoals de wielbanden en de asbus werden vaak door de lokale smid geleverd. Hij voerde daar ook reparaties aan uit. Dit laatste was volgens informatie van de zegslieden het geval in Heppen (K 316), Beringen (K 358), Neerpelt (L 312), Bocholt (L 317), Gruitrode (L 366), Neerglabbeek (L 367), Ulbeek (P 121), Sint-Truiden (P 176), Hasselt (Q 2), Genk (Q 3) en Neerharen (Q 96c). Zie verder ook de paragraaf over de vaktaal van de karsmid in wld II.11, pag. 128-139.' [N G, 1b; N G, 2; L 34, 18; monogr.]
II-12
|