| 33172 |
pootgoed, pootaardappelen |
poter:
pø̜̄tǝr (L164p Gennep)
|
Mooie aardappelen worden apart gehouden om in het volgend seizoen gepoot te worden, als pootaardappelen. Pootaardappelen mogen niet te groot en niet te klein zijnen er mogen veel ogen in zitten. Ze worden op een koele plaats, in de kelder, bewaard. Voor de fonetische documentatie van de woordtypen voor aardappel, zie het lemma Aardappel. [N M, 15; JG 1a; L 40, 55; monogr.; add. uit N M, 22]
I-5
|
| 22806 |
pop |
pop:
póp (L164p Gennep)
|
Pop; stropop; dok.
III-3-2
|
| 24226 |
pop, vrouwelijke zangvogel |
pop:
póp (L164p Gennep)
|
vrouwelijke zangvogel (pop) [N 83 (1981)]
III-4-1
|
| 22660 |
poppenspel |
poppenkast:
poͅpəkāst (L164p Gennep)
|
De voorstelling waarin de rollen niet gespeeld worden door mensen maar door marionetten [poesjenellespel]. [N 90 (1982)]
III-3-2
|
| 24490 |
populier (alg.) |
peppel:
pĕppel (L164p Gennep),
péppel (L164p Gennep),
WLD
pèppel (L164p Gennep),
peppelenboom:
péppelebôm (L164p Gennep)
|
De populier in het algemeen (populier, peppel, peppelboom). [N 82 (1981)] || populier [SGV (1914)]
III-4-3
|
| 19849 |
porselein |
porselein:
pǫrsǝlɛjn (L164p Gennep)
|
Verzamelnaam voor ceramische produkten die gebakken zijn uit porseleinaarde waar zekere bijvoegsels door zijn gemengd. Porselein kenmerkt zich door het feit dat het in tegenstelling tot bijvoorbeeld gleiswerk, fijn, wit en halfdoorschijnend is en een ongekleurd, sterk glimmend glazuur vertoont. [Wi 53; L 35, 78; N 20, 5; monogr.]
II-8
|
| 21481 |
portemonnee, beurs |
knip:
Bij Moet lit de knop óp de keukeschaap.
knip (L164p Gennep),
portemonnee (<fr.):
pòrtəmoonee (L164p Gennep)
|
de kleine, platte, meestal leren, dubbele tas met vakjes, waarin mannen hun bankbiljetten, identiteitsbewijs enz. bij zich dragen [kamtas, portefoelie] [N 89 (1982)] || knip, beurs
III-3-1
|
| 22807 |
portret, foto |
portret (<fr.):
pe(r)tret (L164p Gennep)
|
Portret, foto.
III-3-2
|
| 24365 |
pos |
jood:
WLD
jut (L164p Gennep),
joodje:
judje (L164p Gennep)
|
Hoe noemt u de pos: een zoetwatervis met een groenachtige bruine rug. De onderzijde is zilverwit. Hij is overdekt met bruine vlekjes, ook op de vinnen. Beide rugvinnen zijn door een vlies met elkaar verbonden. Hij kan ongeveer 20cm lang worden (post, pos, [N 83 (1981)] || visje
III-4-2
|
| 21203 |
postbode |
brievendrager:
brīēvendraagər (L164p Gennep),
post:
poͅst (L164p Gennep)
|
de persoon die de post bezorgt [bode, postbode, fak, fakteur, briefdrager, postknecht, postloper, post] [N 90 (1982)] || postbode [RND]
III-3-1
|