e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Gennep

Overzicht

Gevonden: 4879

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
aangeven, verklikken verkletsen: vərklètse (Gennep, ... ) een overtreding of misdrijf bekend maken aan de overheid [aangeven, verklikken, verklappen] [N 90 (1982)] || heimelijk een overtreding of misdrijf aangeven [bij de overheid] [klikken, verklikken, paanderdragen, klikspanen] [N 90 (1982)] III-3-1
aanhoudend bepoetelen handvollen: haffele (Gennep) aanhoudend in de handen nemen [haffele, verhandvollen] [N 10 (1961)] III-1-2
aanhoudend klagen knaaien: knaojə (Gennep) aanhoudend morren en klagen [neuriën] [N 85 (1981)] III-1-4
aanhoudend vragen zaniken: zaanikkə (Gennep), zeuren: sèùrə (Gennep) aanhoudend vragen om iets te krijgen [kutten] [N 87 (1981)] || alsmaardoor blijven vragen [maren] [N 87 (1981)] III-3-1
aankondigingskastje kastje: ’t kèèskə (Gennep) de plaats waar gemeentelijke aankondigingen etc. opgehangen worden [gebooi] [N 90 (1982)] III-3-1
aanlopen inlopen: enlōpǝ (Gennep) Het, na stilstand, weer gaan draaien van de molen nadat de vang gelicht is. [N O, 13c] II-3
aanmalen aanmalen: aanmalen (Gennep) Met een nieuwe of pas gescherpte molensteen beginnen te malen. In P 51 bracht men daarbij een hoeveelheid zemelen als eerste ø̄maalgoedø̄ tussen de stenen. Men noemde dit: een beetje zemelen tussenbrengen (ǝ betskǝ zēmǝlǝ tøsǝbreŋǝ). Zie ook het lemma ɛin het gemaal brengenɛ.' [N O, 36h; Vds 163; Jan 263; Coe 203; N O, 34q; monogr.] II-3
aanrecht aanrecht: ánreͅxt (Gennep), gootsteen: gøͅtstēn (Gennep) aanrecht || gootsteen, aanrecht III-2-1
aanrekenen de rekening sturen: də réékəning stūūrə (Gennep) betaling vragen voor een geleverd artikel; in rekening brengen [schrijven, aankalken] [N 89 (1982)] III-3-1
aanrijgen rijgen: rīēgə (Gennep) tot een snoer verenigen [ritsen, resemen, rijgen] [N 91 (1982)] III-4-4