| 21211 |
telefooncel |
cel:
cel (Q018p Geulle),
telefooncel:
tillefooncel (Q018p Geulle)
|
het kleine vertrek van waaruit men kan telefoneren [telefooncel, cel] [N 90 (1982)]
III-3-1
|
| 21208 |
telegram |
telegram:
tillegram (Q018p Geulle)
|
een per telegraaf overgebracht bericht [telegram, draadbericht] [N 90 (1982)]
III-3-1
|
| 18840 |
teleurgesteld (worden) |
bedonderd:
bedonderd (Q018p Geulle),
bedrogen:
bedraoge (Q018p Geulle)
|
in zijn verwachtingen bedrogen uitkomend, teleurgesteld [sneu, snul, bedonderd, beteuterd] [N 85 (1981)]
III-1-4
|
| 18984 |
teleurstellen |
tegenvallen:
tège valle (Q018p Geulle)
|
niet krijgen of ontvangen wat men had verwacht, in zijn verwachtingen bedrogen worden [teleur vallen] [N 85 (1981)]
III-1-4
|
| 19253 |
ten einde brengen |
afmaken:
afmaake (Q018p Geulle)
|
een werk ten einde brengen, afmaken [bolwerken, opzeilen] [N 85 (1981)]
III-1-4
|
| 23638 |
ten offer gaan |
ten offer gaan:
Ten offer gaan gebeurt alleen bij een begrafenisdienst er worden dan bidprentjes uitgereikt.
ten offere gaon (Q018p Geulle, ...
Q018p Geulle)
|
De offergang maken, ten offer gaan. [N 96B (1989)] || De offergang, rondgang van de gelovigen rond het offerblok [offergank?]. [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 34320 |
tepel, tet |
mam:
mam (Q018p Geulle),
tet:
tęt (Q018p Geulle)
|
Het afzonderlijk melkgevend orgaan van het varken of de tepel. [N 19, 19a; JG 1a, 1b; L 49, 6d; A 30, 6d; G 1, 6d; monogr.]
I-12
|
| 20477 |
ter begrafenis gaan |
naar de begrafenis gaan:
nao de begraafenis goan (Q018p Geulle)
|
een begrafenis gaan bijwonen [begaan, te lijk gaan, ter bier gaan, gaan kezen, op de korte snee gaan] [N 87 (1981)]
III-2-2
|
| 19347 |
tevreden; tevredenheid |
content:
kontent (Q018p Geulle),
plezier:
plezeer (Q018p Geulle)
|
tevredenheid, genoegen [trek, plezier, goesting, snoel] [N 85 (1981)]
III-1-4
|
| 19554 |
theelepeltje |
suikerlepeltje:
sokkerlepelke (Q018p Geulle)
|
theelepeltje (suikerlippelke) [N 20 (zj)]
III-2-1
|