| 17889 |
overhoop halen |
onderste halen:
eunderste hoële (Q193p Gronsveld)
|
Overhoop halen (modden). [N 84 (1981)]
III-1-2
|
| 33512 |
overige erwten en bonen |
uilenbekken:
zonder specificatie
ûilebek (Q193p Gronsveld)
|
erwt, soort
I-7
|
| 22934 |
overige kaarttermen |
opeen zitten:
Sub opèin: Zoûw vr t - zitte.
opèin [zitte} (Q193p Gronsveld)
|
Kaartterm: doorspelen tot er één verliezer is.
III-3-2
|
| 23076 |
overige kegeltermen |
mise (fr.)?:
mies (Q193p Gronsveld),
scheren:
sjère (Q193p Gronsveld)
|
1. (Kegelterm): alle ballen rondom de koning omverwerpen terwijl deze zelf blijft staan: n unicum. || 1. Vastgesteld gedeelte van een partij kaart, kegelen, prijsschieten.
III-3-2
|
| 23077 |
overige schutterstermen |
beschenken:
De kuüning môt de sjöttery -.
besjeenke (Q193p Gronsveld)
|
Schutterijterm: trakteren op drank.
III-3-2
|
| 18553 |
overjas (alg.) |
overjas:
uuverjas (Q193p Gronsveld),
paletot (fr.):
<Fr. paletot.
palto (Q193p Gronsveld)
|
dikke overjas || overjas, lange ~, dik en warm [euverpalto, palzeer, jaager] [N 23 (1964)]
III-1-3
|
| 33897 |
overkoot |
(het is) overgeknikt:
ȳǝvǝrgǝknek (Q193p Gronsveld),
overkoot:
ȳǝvǝrkǭt (Q193p Gronsveld)
|
Het voorwaarts doorknikken van de koot van het voorbeen van het paard als gevolg van een verstuiking of van een forcering door te hard te trekken. Zie afbeelding 13. [JG 1b; N 8, 73b, 93a, 93b en 95m]
I-9
|
| 32796 |
overlangs heen en weer eggen |
in het lang [eggen]:
in ǝt lāŋk (Q193p Gronsveld),
lang [eggen]:
lāŋk (Q193p Gronsveld),
neveneen [eggen]:
nęǝvǝnēǝn (Q193p Gronsveld),
voor de voets [eggen]:
vȳr dǝ vōts (Q193p Gronsveld)
|
Bedoeld wordt de manier van eggen, waarbij men in de lengterichting werkend, na het keren de volgende egbaan onmiddellijk (soms met een kleine overlapping) laat aansluiten bij de vorige. Voor het werkwoordelijk deel eggen en de weglating daarvan bij de varianten zie men de toelichting bij het lemma ''eggen''. [JG 1a + 1b + 1c + 1d; JG 2c; N 11, 84a; N 11A, 176c + 189c; monogr.]
I-2
|
| 21809 |
overleg |
overleg:
uüverlek (Q193p Gronsveld)
|
de beraadslaging, het overleggen met anderen [beschik, beleid, bezeei, beraad, overleg] [N 85 (1981)]
III-3-1
|
| 21808 |
overleggen |
overleggen:
uüverlegke (Q193p Gronsveld)
|
anderen raadplegen, een zaak met een ander bespreken [overleggen, ordenen, beraadslagen] [N 85 (1981)]
III-3-1
|