| 19511 |
hengsel |
hengel:
hingel (L322p Haelen)
|
hengsel van waterketel van koper of ijzeren met hengsel en tuit (hengel, hengsel) [N 20 (zj)]
III-2-1
|
| 33748 |
hengst |
hengst:
heŋst (L322p Haelen)
|
Ongesneden mannelijk paard. [JG 1a, 1b; A 4, 2b; L 20, 2b; L 39, 42; L A1, 166; S 27; Wi 8; monogr.]
I-9
|
| 33757 |
hengstveulen |
hengstveulen:
heŋstvø̜̄lǝ (L322p Haelen)
|
Het mannelijk jong van een paard. [JG 1a, 1b; N 8, 3a]
I-9
|
| 34440 |
herdershond |
herdershond:
hęrdǝrshǫnjtj (L322p Haelen),
schepershond:
šipǝrshǫnjtj (L322p Haelen)
|
Hond van verschillend ras die door de herder wordt gebruikt ter bewaking van de schaapskudde. [N 7, 68; N 78, 21a; L 6, 30; JG 1a, 1b; monogr.]
I-12
|
| 24894 |
herfst, najaar |
herfst:
hirfs (L322p Haelen),
hèrfs(t) (L322p Haelen),
hèrfst (L322p Haelen),
najaar:
naojaor (L322p Haelen)
|
herfst (bamis(tijd), natijd, uitgang) [DC 39 (1965)] || het derde van de vier jaargetijden, de tijd tussen zomer en winter [bamis, bamistijd, natijd, uitgang] [N 91 (1982)]
III-4-4
|
| 25151 |
herfstdraden |
herfstdraden:
Nb. Er moet nog een ander woord bestaan, dat ik helaas niet kan achterhalen.
hèrfstdrèùj (L322p Haelen)
|
herfstdraden [zomervamen] [N 22 (1963)]
III-4-4
|
| 24877 |
herik |
herik:
hērek (L322p Haelen),
hɛrek (L322p Haelen),
-
herik (L322p Haelen)
|
herik (Sinapis arvensis) [DC 17 (1949)] || Sinapis arvensis L. Zeer algemeen voorkomend onkruid op bouwland en in open bermen met goudgele bijeenstaande bloempjes en zaden in de vorm van zeer dunne opstaande boontjes. Het bloeit van mei tot september. De lengte varieert van 30 tot 80 cm. Het is ook bekend onder de oude naam krodde of wilde mosterd. Dit onkruid wordt vaak verward met knopherik (Raphanus raphanistrum L.), waar het sterk op lijkt. Knopherik komt meer voor op zandige akkers en bermen, terwijl de zaden groter zijn evenals de bloempjes, waarvan de kleur kan variëren van wit tot donkergeel en paars. Het bloeit van juli tot augustus en wordt 20 tot 60 cm hoog. Bij de opgaven wordt door een aantal informanten op dit verschil gewezen. Melm is droge akkergrond. Zie Goossens 1964; 1970 en 1988, 95-108. [N C, 2; JG 1a, 1b, 1c, 2c; A 17, 12; A 43, 12; monogr.]
I-5, III-4-3
|
| 34145 |
herkauwen |
neringen:
nēreŋǝ (L322p Haelen)
|
Het eerst niet of nauwelijks gekauwde, in de voormaag gedeeltelijk verteerde voedsel opnieuw verwerken. Zie afbeelding 7. [JG 1a, 1b, 1c, 2c; A 4, 13; L 14, 26; L 14, 88; L 20, 13; S 13; monogr.]
I-11
|
| 24458 |
hermelijn |
fluwijn:
fluwien (L322p Haelen)
|
hermelijn [DC 07 (1939)]
III-4-2
|
| 32952 |
het hooi is binnen |
is binnen:
es˱ benǝ (L322p Haelen)
|
Gevraagd werd naar de dialekt-weergave van de uitdrukking "Het hooi is binnen". In Q 100 vult de zegsman dan aan: "Het hooi is onder de pannen ... en den erme man is oet de sjuur." Het onderwerp van de gegeven uitdrukkingen is steeds: hooi. [N 14, 127]
I-3
|