| 33689 |
met steengruis verharde weg |
kiezel:
kizǝl (K360p Heusden)
|
In vraag L 24, 28b werd uitdrukkelijk gevraagd naar een naam voor de weg die met steengruis was bedekt. De woordtypen koolassenweg, assenweg e.a. wijzen op een andere bedekking dan steengruis. Macadam is een recentere vorm van een wegdeklaag. [L 24, 28b]
I-8
|
| 22793 |
met vuur spelen |
met vuur spelen:
mee vuur spieelen es frijkel (K360p Heusden),
mee vuur spieelen es gevaärlek (K360p Heusden)
|
Met vuur spelen is gevaarlijk. [ZND 37 (1941)]
III-3-2
|
| 29920 |
metselaar |
metser:
mę ̞tsǝr (K360p Heusden)
|
Ambachtsman die metselwerk verricht. Zie ook de toelichting bij de lemmata 'metselen' en 'handlanger'. [Wi 2; S 23; L 1a-m; L 17, 30; L B1, 103; RND 46; N 30, 1a; N 95, 159; monogr.; Vld]
II-9
|
| 29921 |
metselen |
metsen:
mɛtsǝ (K360p Heusden)
|
Bij de bouw van stenen huizen met behulp van mortel de afzonderlijke stenen tot een samenhangend, vast geheel verbinden. [Wi 57; S 23; L 1a-m; L 31, 21; N 30, 1b; monogr.]
II-9
|
| 29996 |
metselzand |
gele zand:
giǝlǝ zant (K360p Heusden),
gēlǝ zant (K360p Heusden),
kiezel:
kīzǝl (K360p Heusden)
|
Het zand dat bij de bereiding van mortel aan het bindmiddel, bijvoorbeeld kalk of cement, wordt toegevoegd. Doorgaans wordt gebruik gemaakt van rivierzand omdat dit scherp, schoon en ongelijk van korrelgrootte is. In Q 4 werd het zand doorgaans genoemd naar de plaats van herkomst. Ook de woordtypen 'brunssummmer zand' (Q 203), 'helchterse zand' (P 51), 'helchterse' (K 359) en 'lommelzand' (K 353, K 359, P 56) verwijzen naar plaatsen waar zand wordt of werd afgegraven. Zie voor het woordtype 'chape-zand' (L 364) het lemma 'Vloermortel'. [N 30, 36a; N 30, 36b; N 27, 47; L 42, 57; monogr.]
II-9
|
| 32088 |
meubelmaker |
meubelmaker:
mø̄bǝlmākǝr (K360p Heusden)
|
Ambachtsman die meubels vervaardigt. [N 55, 166a; L 34, 19b; monogr.]
II-12
|
| 20123 |
miauwen |
janken:
ja.ŋkə (K360p Heusden),
miauwen:
miau.ə (K360p Heusden)
|
miauwen [Goossens 1b (1960)]
III-2-1
|
| 24901 |
middag (s middags) |
middag:
middaag (K360p Heusden),
middag (K360p Heusden),
namiddag:
neumerig (K360p Heusden)
|
in de namiddag [ZND 34 (1940)] || middag [ZND 38 (1942)]
III-4-4
|
| 17839 |
middagdutje doen |
noenstond houden:
noenstond houen (K360p Heusden)
|
Hoe noemt ge het wanneer iemand s middags wat gaat slapen ? [ZND 31 (1939)]
III-1-2
|
| 33785 |
middendeel van het paard |
pens:
pɛ.ns (K360p Heusden)
|
De middel- of middenhand van het paard, in tegenstelling met ''voorste deel van het paard tot achter de voorbenen'' (3.1.3) en ''achterhand van het paard'' (3.3.14). [JG 1a, 1b; N 8, 12]
I-9
|