| 25083 |
reeks, rij |
resem:
rēsəm (L414p Houthalen),
rij:
rij (L414p Houthalen),
serie:
serie (L414p Houthalen)
|
een rij van geregeld naast elkaar geplaatste dingen [resem, reeks] [N 91 (1982)] || rij [ZND 19A (1936)]
III-4-4
|
| 32868 |
reepje overschietend gras |
bet kammen maaien:
bę kęm mɛ̄ǝn (L414p Houthalen)
|
Soms blijft er bij het maaien een reepje gras staan omdat men de slag met de zeis iets te ver neemt. De zegslieden hebben dit verschijnsel zowel door een zelfstandig naamwoord (zoals zwaaibalk of baard) benoemd, als ook door een werkwoordelijke uitdrukking, waarin een dergelijk zelfstandig naamwoord voorkomt (zoals een baard maaien of een baard laten staan), en tenslotte ook door een op zichzelf staand werkwoord of werkwoordelijke uitdrukking (zoals te breed pakken of te wijd grijpen). Al deze opgaven zijn in dit lemma ondergebracht. [N 14, 96]
I-3
|
| 30692 |
reformladder |
schuifleer:
sxø̜jflīr (L414p Houthalen)
|
Ladder uit twee delen die gebruikt kan worden als schuifladder en als dubbele ladder. [N 67, 63c]
II-9
|
| 22810 |
refrein |
refrein:
refreiën (L414p Houthalen)
|
Een refrein (het steeds terugkerende gedeelte van een lied). [ZND 41 (1943)]
III-3-2
|
| 25183 |
regenen (alg.) |
regenen:
riəgənən (L414p Houthalen)
|
regenen [ZND A1 (1940sq)]
III-4-4
|
| 18554 |
regenjas |
regenjas:
regenjas (L414p Houthalen)
|
een regenmantel [N 59 (1973)]
III-1-3
|
| 30537 |
regenpijp |
afvoerbuis:
āf˲vūrbø̜js (L414p Houthalen),
buis:
bø̜js (L414p Houthalen),
goot:
gōt (L414p Houthalen),
regenbuis:
ręjgǝnbø̜js (L414p Houthalen)
|
De buis die het regenwater vanuit de dakgoot naar beneden voert. [N 64, 149a; L 24, 23b; L 24, 38; L B1, 160b; monogr.; Vld.]
II-9
|
| 24308 |
regenworm |
piering:
pireŋ (L414p Houthalen),
pireͅŋ (L414p Houthalen)
|
pier, aardworm [ZND B2 (1940sq)]
III-4-2
|
| 17904 |
reiken naar |
reiken naar:
rēkən (L414p Houthalen)
|
reiken, met de handen naar iets reiken [iest beraome] [N 10 (1961)]
III-1-2
|
| 22078 |
reinigen (van de hokken) |
schoonmaken:
schoenmāāke (L414p Houthalen)
|
Hoe zegt men: het reinigen van de hokken? [N 93 (1983)]
III-3-2
|